Tekstnet 2001
- Tim van der Veer (Pecoma Collage) - Schrijven voor websites: de tekstschrijver in het team
- Louise Cornelis (Schermer Trommel & De Jong Arbodienst) - Structuur met het piramideprincipe
- Rudolf Geel (Universiteit van Amsterdam) - Masterclass concreet en beeldend schrijven
- John Winkel (KernKonsult) - Een kompas om je bedrijfskoers te bepalen (kernkwadranten)
- Tekstnetwerken: enkele verslagen uit deze eerste editie van deze workshopdag
16012001 - themabijeenkomst 'schrijven voor websites'
Tim van der Veer van Pecoma Collage begon en eindigde zijn lezing met poëzie. In de tussentijd nam hij zijn toehoorders mee in de bijzondere wereld van het web en zette hij uiteen over welke muurtjes de tekstschrijver moet kijken om in een website-ontwikkelteam tot goede content te komen. Hij illustreerde zijn boodschap met voorbeelden van onder andere de website van ABN AMRO (www.abnamro.nl).
Het bijzondere aan internet
Internet kan een verhaal filmischer en beeldender vertellen dan een brochure of boek. Zo ontstaat een nieuwe, geïntegreerde taal van tekst, beeld, geluid en animaties, die een beroep doet op alle zintuigen. Met behulp van navigatie kan de bezoeker zowel lineair als interactief door een website worden geleid. Internet brengt een omwenteling in de communicatie teweeg: het is aan de zender bezoekers te trekken en vindbaar te zijn op het overvolle web. Daarom is het zaak goed na te denken over het moment en de manier waarop de doelgroep de website bereikt.
De multidisciplinaire opdrachtgever
Alle afdelingen van een organisatie worden betrokken bij het ontwikkelen van een website: directie, marketing, IT, communicatie, secretariaat, enzovoorts. De huidige opdrachtgever is dus multidisciplinair. Vaak wil de opdrachtgever alle verzamelde informatie op de website plaatsen: hoe mee hoe beter, lijkt het devies. Beter is te kijken naar het communicatieproces en in het licht daarvan te beoordelen welke content relevant is.
De tekstschrijver in het team
Niet alleen de opdrachtgever, ook het website-ontwikkelteam is multidisciplinair. Daardoor verandert de rol van de tekstschrijver. Deze gaat over de muurtjes van de andere deskundigen kijken. Dat is ook nodig: het leidt tot betere content.
- De tekstschrijver en de contentmanager.
Een tekstontwerp voor een website wordt al snel een functioneel ontwerp. De tekstschrijver houdt zich bezig met de opbouw van de site en ontwerpt informatiestromen en -blokken. Tevens bedenkt en bewaakt hij of zij de bijbehorende huisstijl. - De tekstschrijver en de gedragspsycholoog. Een website ontwikkelen betekent anticiperen op informatiebehoeften en het ontwerp daarop afstemmen. Eisen aan kwantiteit, kwaliteit, beleefdheid, aannemelijkheid en relevantie gelden sterker voor internet. Een website moet inspelen op surfgedrag. Door zelf te gaan surfen ontdek je hoe dat werkt. De ervaring leert bijvoorbeeld dat mensen weinig echt lezen.
- De tekstschrijver en de technicus. Het is voor een tekstschrijver buitengewoon nuttig om de technische mogelijkheden van programmeertalen en hulpmiddelen te kennen.
- De tekstschrijver en de ontwerper. Internet brengt het verhaal in een nieuwe, geïntegreerde taal. Het kan beter zijn veel tekst te vervangen door een andere vorm. Met de vakkennis van de ontwerper krijgt de tekstschrijver daar zicht op en kan hij of zij met voorstellen komen.
Wat een tekstschrijver niet moet doen
- Schrijf geen tekst om de tekst. Integriteit van informatie is belangrijk. Dus geen smurfennieuws (commerciële informatie verpakt als nieuws) maar alleen echt nieuws.
- Maak teksten niet productgericht maar procesgericht. Stem ze af op de werking van de site. Waar komt de lezer binnen, hoe gaat deze verder door de site heen? De tekst moet hier naadloos op aansluiten.
En wat juist wel
- Volg een cursus html, javascript en Flash, zodat je weet hoe deze technieken werken en wat je ermee kunt.
- Werk samen met ontwerpers en programmeurs om de mogelijkheden te ontdekken.
Bloemlezing uit de tips en vragen na afloop
- Learn & Do in Eindhoven heeft een goede en goedkope cursus over tekstschrijven voor het web. Op internet zijn online cursussen html te vinden, onder andere bij de Webgrrls (www.womenontheweb.nl).
- Inzicht in techniek en mogelijkheden kun je ook verkrijgen door veel websites te bestuderen en door vragen te stellen aan technici en vormgevers.
- Je ziet vaak dezelfde menumogelijkheden in de navigatiebalk en elders op het scherm. Dat is verwarrend, volgens Tim. De functie van de navigatiebalk is de bezoeker bij de hand te nemen indien nodig. De nieuwe mode is dat deze balk als uitrolblokje verschijnt. Je hoeft niet altijd de voor de hand liggende oplossing te kiezen, je mag ook verrasssen.
- Auteursrecht is een lastig item, aldus Tim. Zijn advies: sluit een deal over naamsvermelding of het recht op de opdracht teksten te herschrijven.
- Hoe is het website-onderhoud geregeld? De klanten van Collage verzorgen regelmatig terugkerende tekstvernieuwingen zelf. Collage geeft er wel advies over en ontwikkelt hulpmiddelen zoals formats voor tekstontwerp.
- Wat als de opdrachtgever het belang van een tekstschrijver niet inziet? Verzamel voorbeelden van websites met slechte tekst om de meerwaarde van een tekstschrijver aan te tonen.
- Wat als je pas halverwege of in de slotfase bij een website wordt betrokken, of als je aan een bestaande (slechte) site tekst moet toevoegen? Het is altijd beter voor een tekstschrijver om vanaf het begin betrokken te zijn, stelt Tim. Dat bereik je sneller als je contacten hebt met ontwerpers en sitebouwers. Word je pas later betrokken, kijk dan waar ruimte is voor de benodigde bijstelling van plan en structuur. Laat zien wat niet deugt en waarom, en hoe het beter kan. Een (commercieel) riskantere optie is de opdracht afwijzen. Let wel: bij een slecht opgebouwde site is alleen aan de tekst sleutelen meestal niet genoeg.
- Heeft tekst (in dus de tekstschrijver) nog wel toekomst op internet? Tekst zal altijd nodig blijven, aldus Tim. Niet alleen in uitgeschreven vorm, maar ook in de vorm van scripts voor film, animaties of gesproken tekst. Welke communicatievorm het beste is, hangt af van het doel.
Ten slotte
Tekst is het meest multimediale medium dat er is, want woorden kunnen zowel beelden, geluiden als gevoelens oproepen.
Verslag: Thea Bergstra
21042001 - themabijeenkomst 'Structuur met het piramideprincipe'
Inmiddels is het een vertrouwde plek waar tekstnetters elkaar ontmoeten: de hoge witte zaal van Trait d'Union te Utrecht. Zo'n 30 tekstnetters zaten twee aan twee te luisteren. De eerste lentedag was verrassend guur en bood uitzicht op wit besneeuwde daken buiten, maar binnen klonk een helder geluid: spreekster Louise Cornelis deed een geslaagde poging tekstnetters te laten kennismaken met het piramideprincipe.
In het verleden verzorgde Louise Cornelis bij McKinsey workshops over het piramideprincipe. Nu is ze in dienst bij Schermer, Trommel & de Jong Arbodienst, waar ze werkt aan de interne en externe communicatie en artsen en adviseurs coacht bij het schrijven van rapporten.
Ideeënvorming en gedachtewisseling
Louise begon haar verhaal met een drietal kanttekeningen:
• Een vertaalslag van de theorie naar de praktijk van teksten is in één middag niet haalbaar. Workshops over dit onderwerp duren vaak twee dagen; in twee uur kan slechts een tip van de sluier worden opgelicht. Ideeënvorming en gedachtewisseling staan deze middag centraal.
- Het piramideprincipe gaat over het proces van het structureren van teksten en niet over goede of slechte teksten.
- Bij het voorbereiden van haar verhaal is zij er vanuit gegaan dat alle aanwezigen haar artikel in Tekstblad hebben gelezen.
Piramideprincipe
Het piramideprincipe kan op verschillende manieren op een tekst worden toegepast:
- logica
- presentatievolgorde
Pas je zowel de logica als de presentatievolgorde toe, dan heb je de meest strikte vorm van het piramideprincipe te pakken. Louise stelt dat vooral de logica belangrijk is. Het piramideprincipe is met name ontwikkeld voor het schrijven van adviezen, waarbij hoge eisen gesteld worden aan de logica van het verhaal. Soms kies je bij een advies heel bewust voor een andere volgorde van de boodschap: je plaatst de belangrijke boodschap bijvoorbeeld achteraan, omdat het een boodschap is die je opdrachtgever liever niet hoort. Het opbouwen van een verhaal naar die boodschap toe is dan belangrijker. Tijdens haar inleiding ging Louise nader in op het synthetiseren, de logica en de presentatievolgorde.
Synthetiseren
Synthetiseren is belangrijk. Louise illustreert dit met een voorbeeld over haar hobby: sport. Nederland behaalde in februari in één weekend goede resultaten in drie verschillende takken van sport. Ga je daarover schrijven, dan dekt het begrip 'sportweekend' met daaronder een opsomming van die resultaten de lading niet. Stel jezelf dan ook altijd de volgende vragen:
Ja, dus ...?
Nou en ...?
'Sportweekend' wordt dan volgens het piramideprincipe: 'een fantastisch sportweekend', gevolgd door het antwoord op de vraag 'waarom'? Omdat die-en-die resultaten zijn behaald. De data dienen als onderbouwing.
Synthetiseren betekent dus dat je gegevens in een kader plaatst.
Logica
Bij logica gaat het om het groeperen van gegevens. Argument 1 en argument 2 leiden samen tot een conclusie. Hoe beter onderbouwd, hoe sterker het advies. Het gevaar van 'open-deuren'-nieuws is hiermee echter groter.
Presentatievolgorde
De belangrijkste boodschap eerst: een bekend gegeven, ook vanuit de journalistiek. Maar duidelijk en open is lang niet altijd spannend. De presentatievolgorde omdraaien levert vaak meer spanning op, maar kan ook de indruk wekken van 'oh jee, wat nu, dit wordt slecht nieuws'. Waar je uiteindelijk voor kiest, hangt af van het soort advies. Bij de Arbo-dienst bijvoorbeeld gaan adviezen vaak in op aandachtsgebieden. Louise geeft een voorbeeld van een jaarplan van een Arbo-dienst en vergelijkt titels als 'Zet een structureel Arbobeleid op' en 'Bestrijd risico op RSI' met 'RSI beleid' of 'Bevindingen Arbo-onderzoek'. De eerste titels zijn concreter en zeggen daardoor meer.
Lofen tot slot
Het piramideprincipe is een handzaam model waar je veel baat bij kunt hebben bij het schrijven van onder meer adviesteksten. Het proces is het belangrijkste: beantwoord de waarom-vraag, gebruik logische argumenten en groepeer redenen. tekstnetters beoordeelden met een checklist in de hand zelf een tekst van een Arbo-adviseur waarna zij de tekst opnieuw indeelden. Al met al was het een leerzame middag. Ook in restaurant Lofen was het gezellig napraten.
Verslag: Karin van Dam
07062001 - Masterclass concreet en beeldend schrijven
Behalve de man die graag met Microsoft Word werkte, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan oom Rudolf Geel. Eens op een mooie junimiddag nam hij ons mee naar de kermis, en daarbij trakteerde hij ons de hele tijd op verhalen, voorbeelden en tips uit zijn 25-jarige loopbaan als auteur en docent taalbeheersing.
Docent taalbeheersing Rudolf Geel promoveerde op de geschiedenis van het Nederlandse schrijfvaardigheidsonderwijs in de 19e en 20e eeuw. Hij schreef boeken over het vakgebied, een kinderboek en een studie over het beeldverhaal.
Het begon al bij de botsauto's. Terwijl we instapten, vertelde hij ons over zijn pogingen om ambtenaren en juristen van het ministerie het schrijven van goede speeches en heldere beleidsteksten bij te brengen. 'Lever bij een abstract begrip een concreet geval waar mensen zich wat bij kunnen voorstellen. Als je het dan ook nog beeldend onder woorden brengt, blijft het hangen. Vraag je daarbij af hoe je wilt dat mensen reageren. Ze mogen best eens kwaad worden!' Bij deze woorden ramde hij een man in een grijs pak, die tot dan toe listig manoeuvrerend alle botsingen had vermeden. Voldaan de tierende man nakijkend, stapten we uit en voordat iemand het zag had oom Rudolf stiekem het bordje met de tekst 'Het management is niet aansprakelijk voor geleden schade' vervangen. 'Tanden voor eigen rekening' stond er nu. We liepen verder over het kermisterrein. 'Vaak wordt een concreet beeld in het gebruik synoniem voor een abstract begrip,' zei oom, zwaaiend naar tante Agaath en de weduwe uit Appelscha, die bij de Kop van Jut stonden te kijken.
Nu gingen we bij het spiegelpaleis naar binnen. Oom Rudolf praatte maar door, ook zonder dat we hem zagen. 'Een vreemd of grappig perspectief kan een onderwerp tot leven brengen,' galmde het, gevolgd door enkele teksten over de Republiek Nederland. De laatste versie verhaalde hoe Koning Kok op Presidentendag in de Gouden Koets rondgereden werd, en toen deze declamatie ten einde was, stapten we net allemaal weer naar buiten.
'Maar hoe concretiseer je grote abstracties als God of het Leven?' vervolgde hij. Zuigend aan een kaneelstok stapten we in de mallemolen. Tijdens de rit vertelde hij over de snoeiharde muziek heen schreeuwend over zijn overgrootvader die in zijn preken God voorstelde als de werkgever bij wie hij na een proeftijd van twee jaar in dienst was getreden. Een beetje stilletjes stapten wij uit de mallemolen, maar oom Rudolf was niet te stoppen. 'Ook voor kleinere dingen kan je een beeld of metafoor gebruiken. Pas op voor clichés als "je bent mooi als een roos", maar bedenk wel: het cliché van vandaag was gisteren een vondst.' We lieten de vrouw met de baard maar links liggen en kwamen bij de schiettent. Ongelovig keek oom Rudolf naar de uitgestalde rommel. 'Die prijzen op de kermis zijn net metaforen', mopperde hij, 'als je iets fatsoenlijks wilt, moet je wel even doorzetten.' Hij voegde de daad bij het woord en knalde een veertiendaagse cruise op de Middellandse Zee bij elkaar. Er was geen pijpje meer heel, en zo verlieten we de schiettent.
'Als je wilt kun je van het onbetekenendste voorvalletje nog een mooi verhaal maken', begon oom nu. Hij onderbrak zijn betoog om ons op een suikerspin te trakteren en vertelde toen een lange geschiedenis, waarin eigenlijk alleen de stroom in een museum even uitviel. 'Gebruik je eigen ervaringen, die zijn beeldend genoeg. Als je het goed doet, interpreteert de lezer de abstracties en emoties er vanzelf bij, die hoef je niet te omschrijven. Een mens maakt geen abstracte dingen mee,' zei hij, wijzend naar een jongen die met groen gezicht uit de Octopus werd gedragen.
Tot slot huurde oom Rudolf het hele reuzenrad af. We namen elk in een apart gondeltje plaats, met de opdracht op te schrijven wat we bovenin zagen, en na de lange rit lazen we elkaar onze scheppingen voor. Hoe weids is het perspectief van een reus! De een beschreef een man in een maatpak van slijm, de ander een werkpaard in een geklimatiseerde ruimte, een derde had een chronische nagelbijter gezien. Oom Rudolf gaf ons elk een goedkeurend woord. Wat hij allemaal had gezegd, was niet onopgemerkt gebleven.
Verslag: Sjaak Adriaanse
Naar boven
10092001 - themabijeenkomst 'Kernkwadranten'
De valkuil van iemand met kernkwaliteit bescheidenheid is precies de allergie van een daadkrachtig persoon: passiviteit. Op basis daarvan kun je met elkaar in gesprek gaan om communicatiestoornissen op te lossen.
Een secretaresse die door alle collega's wordt ervaren als oerdegelijk, maar een beetje saai. Wat niemand weet is dat ze in haar vrije tijd doet aan amateurtoneel en daar overtuigend de rol van femme fatale neerzet. Met dat voorbeeld begon John Winkel van Kern Konsult zijn lezing over kernkwadranten: "Het is een model waarmee je onvermoede kwaliteiten op het spoor komt, van anderen, maar ook van jezelf."
Winkel werd geïntroduceerd door Peter Zuijdgeest die zich als eigenaar van het gelijknamige taalvaardigheidsbureau had bezonnen op zijn strategie. "Ook als het heel goed gaat is daar reden voor, want je krijgt steeds meer te doen. Ga je activiteiten als administratie uitbesteden of ga je bijvoorbeeld samenwerken met anderen en wie kies je daarvoor uit? Je wilt de dingen toch op je eigen manier doen, volgens je eigen (hoge) kwaliteitscriteria, terwijl je toch altijd weer onzeker bent of je daar goed aan doet. De Kamer van Koophandel en het ministerie voor EZ vertellen je niet hoe je daarmee moet omgaan. Om inzicht te krijgen in je sterke en zwakke eigenschappen, kan het model van kernkwadranten heel bruikbaar zijn."
In een kernkwaliteit zit je kracht, bijvoorbeeld: doorzettingsvermogen, zorgzaamheid, flexibiliteit of geduld. Hoewel een kernkwaliteit op zich een bijzondere eigenschap is, ervaar je die zelf vaak als vanzelfsprekend, volgens Winkel, en je bent je er ook niet altijd van bewust als je doorschiet. "Dan ontaardt kracht in zwakte, de zogenaamde valkuil. Zo kan daadkracht uitlopen op drammen en flexibiliteit op wispelturigheid. Omgekeerd kun je ook vanuit de valkuil op zoek gaan naar de kernkwaliteit: roekeloosheid duidt op moed en muggenzifterij op nauwgezetheid. De tegenhanger van de valkuil is de uitdaging: als je weet dat daadkracht kan leiden tot drammen, dan is geduld je uitdaging. Kunst is daarbij om de balans te vinden: een geduldige vorm van daadkracht. Het is niet of-of, maar en-en, als je krampachtig je valkuil ontloopt verlies je de bijbehorende kwaliteit en dus ook de kans op synergie."
Na de kernkwaliteit, de valkuil en de uitdaging is het vierde kwadrant de allergie, datgene wat je verafschuwt. Voor een daadkrachtig persoon is het moeilijk om samen te werken met iemand die besluiteloos is en een zelfbewust persoon kan niet tegen kruiperigheid. Je kunt mensen met eigenschappen waar je allergisch voor bent ontwijken, maar misschien kun je veel van ze leren. Wees je er in elk geval van bewust dat de confrontatie met een allergie een trigger kan zijn om in je valkuil te schieten. Ben je bijvoorbeeld zeer diplomatiek, dan is botheid wellicht je allergie en bestaat de kans dat je er tegenin gaat met mooipraterij of manipulatie, waarna een conflict kan ontstaan. Oplossing is dan om een kwadrant te maken van jezelf en dit openlijk te bespreken. Je kunt nog beter een dubbelkwadrant maken, waardoor je zicht krijgt op de aard van een botsing en de mogelijkheden om synergie te kweken. Als de valkuil van botheid wordt herkend is het raadzaam te kijken naar de uitdaging, zonder concessies te doen aan de waarde van direct en recht door zee zijn. Vanuit die houding kan prima worden samengewerkt met een diplomatiek persoon.
"Voor het vinden van een geschikte samenwerkingspartner moet je je eigen kernkwaliteiten kennen en weten wat je uitgangspunten zijn", aldus Winkel. "Als je een partner zoekt, vraag je dan af of wat voor werk die zou moeten doen. Is dat hetzelfde werk als jij dan moet je het eens worden over de kwaliteitscriteria, dus is een groot verschil in benadering ongewenst. Wil je de acquisitie of administratie aan iemand anders overlaten, kijk dan welke kernkwaliteiten daarbij passen en selecteer daar je partner op. Datzelfde geldt als je personeel in dienst wilt nemen, dat vereist trouwens nog extra kwaliteiten, zoals leidinggeven. Hoe dan ook, door jezelf beter te kennen, krijg je een beter zicht op wat je van anderen vraagt en begrip voor hun gedragingen. Je wordt milder en daardoor verbetert je communicatie."
Vragen om je eigen kernkwaliteiten te herkennen
- Welke activiteiten geven mij heel veel energie en op welke kwaliteit van mij wordt dan een beroep gedaan?
- Waar word ik om gewaardeerd?
- Wat eis ik van anderen?
- Wat vind ik gewoon in mezelf?
- Waarin wordt ik wel eens teleurgesteld?
Vragen om je valkuilen te herkennen
- Wat gebeurt er als ik mijn kwaliteiten overdrijf?
- Wat ben ik geneigd in mij zelf te rechtvaardigen?
- Wat verwijten anderen mij (vaak)?
- Wat ben ik geneigd bij anderen door de vingers te zien omdat ik het zelf ook zo doe?
Vragen om je uitdagingen te herkennen
- Wat mis ik in mezelf?
- Wat bewonder ik in anderen?
- Wat wensen anderen mij toe?
Vragen om je allergieën te herkennen
- Wat minacht ik in anderen?
- Welk gedrag van mezelf zou ik verafschuwen?
- Wat raden anderen mij aan te relativeren?
Meer over kernkwadranten: http://www.innerned.com/kernkwadranten.html
Verslag: Rob Visser
15112001 - Tekstnetwerken - Enneagram
De rode draad van tekstnetwerken werd gevormd door het enneagram, een systeem van persoonlijkheidstypen dat is gebaseerd op de ideeën van de mysticus George Ivanovich Gurdjieff*), die leefde aan het begin van de twintigste eeuw. Volgens een strak tijdschema behandelde inleider Katja Madrigal **) op verschillende momenten van de dag een aantal facetten van de negen typen. Haar boodschap: iedereen heeft alle typen in zich, maar is er vaak één favoriet. Verder hebben de naastgelegen punten op de cirkel invloed (de zogenaamde vleugels), evenals de punten die bereikt worden via de rechte lijnen binnen de cirkel (stresspunten en ontwikkelpunten). Hierbij een korte opsomming van eigenschappen waaraan de negen typen te herkennen zijn en hoe je daar als tekstschrijver het beste mee om kunt gaan. Het eerste is ook terug te vinden in de vele boeken die inmiddels over het enneagram zijn verschenen. Het tweede is een vertaalslag die Katja speciaal voor tekstnetwerken heeft gemaakt.
1 de perfectionist
Focus: het nog niet volmaakte
Sterke punten: zorgvuldigheid, organisatietalent, betrouwbaarheid, verantwoordelijkheidsgevoel, weten hoe het hoort.
Waar anderen moeite mee hebben is dat perfectionisten veeleisend zijn, alsof 'goed genoeg' niet bestaat. Daardoor lukt delegeren perfectionisten meestal niet. Omdat ze ook hoge eisen aan zichzelf stellen, zijn ze onzeker over hun capaciteiten.
Bedrijven van dit type bestaan ook, zij stellen kwaliteit centraal met duidelijke normen en zijn zeer goed georganiseerd. Zwak punt is het motto 'wij weten wat goed is voor de klant'.
De klant: je maakt indruk op een perfectionistisch ingestelde klant door nadrukkelijk te vragen naar zijn beoordelingscriteria voor de kwaliteit (daarmee komen ze meestal niet zelf op de proppen).
De lezer: je wint een perfectionist als lezer door duidelijk te zijn over voor- én nadelen, deze zo precies mogelijk te noemen en waardering te tonen voor zijn onvermoeibare inzet.
2 de helper
Focus: behoeften van anderen
Sterke punten: empathie, bereidheid steun en complimenten te geven, aantrekkelijkheid.
Wat anderen lastig vinden is dat helpers moeite hebben met het ontvangen van hulp. Ze vinden verder mensen belangrijker dan resultaten, zodat die wel eens uit het oog worden verloren.
Organisatiecultuur: servicegerichtheid, medewerkers zijn belangrijk, organisatieproblemen zijn langdurig. De hiërarchie verdwijnt naar de achtergrond, chefs worden coaches.
De klant: vraag expliciet naar de behoefte aan extra service die je kunt leveren. De lezer: gebruik een warme, zachte, vriendelijke schrijfstijl. Toon waardering en spreek de lezer aan als lid van een team.
3 de succesvolle werker
Focus: doelen en resultaten
Sterke punten: extraversie, efficiency, gerichtheid op actie, optimisme, verzorging van eigen uiterlijk.
Wat anderen lastig vinden is dat succesvolle werkers snel ongeduldig en competitief ingesteld zijn.
Organisatiecultuur: competitief, efficiënt. Keihard werken is de norm en resultaten zijn belangrijker dan mensen.
De klant: spreek niet in termen van problemen, maar van prestaties en resultaten. De lezer: wees kort en constructief; context en theorie worden beschouwd als ballast. Leg de nadruk op de activiteit en refereer aan eindresultaten.
4 de romanticus
Focus: diepgang
Sterke punten: gevoel voor schoonheid, authenticiteit, levenskunst, creativiteit, emotionele diepgang.
Anderen hebben moeite met de stemmingswisselingen en de soms wat theatrale of sentimentele manier van doen.
Organisatiecultuur: de romantische organisatie geeft blijk van exclusiviteit en gevoel voor esthetiek. Er is weinig teamwork, medewerkers zijn individuen met 'unieke' talenten en gevoelens.
De klant: win de romanticus door blijk te geven van je eigen diepgang en je oog voor omgangsvormen en culturele uitingen.
De lezer: bied afwisseling, breng verschillende invalshoeken. Wissel rationele informatie af met aandacht voor emoties. Belicht unieke persoonlijke reacties en gevoelens.
5 de observator
Focus: kennis
Sterke punten: analytisch, vriendelijk, geïnteresseerd, veel relativeringsvermogen en briljante ideeën. Wat anderen lastig vinden is de eenzelvigheid en het gebrek aan spontaniteit.
Organisatiecultuur: hoge mate van expertise, gerichtheid op lange-termijnresultaten en correcte uitvoering van taken. De stijl van leidinggeven is niet het sterkste punt.
De klant: de observator wil weten wat je van plan bent als je op bezoek komt. Stuur dus ruim van tevoren veel schriftelijke informatie toe.
De lezer: zorg dat de tekst een duidelijke structuur heeft, wees zo feitelijk mogelijk en spreek de lezer aan op (gedeelde) interesses.
6 de loyalist
Focus: betrouwbaarheid
Sterke punten: alertheid, loyaliteit, werklust, doorzettingsvermogen, verbeeldingskracht.
Wat anderen lastig vinden mee om te gaan is de twijfel, onzekerheid en wantrouwen waaraan loyalisten ten prooi kunnen vallen.
Organisatiecultuur: sterk ontwikkeld wij-gevoel. Verder hebben deze organisaties een heldere gezagsstructuur, duidelijke regels en uitstekende toekomstscenario's en strategieën.
De klant: zorg voor een goed doortimmerde offerte met controleerbare gegevens. De lezer: veeg problemen niet onder het tapijt, maar noem ook de oplossingen zodat ook de positieve kant in beeld komt. Geef internetadressen en andere bronnen voor lezers die verder willen spitten.
7 de levensgenieter
Focus: kansen en plezier
Sterke punten: charme, gezelligheid, avontuurlijke instelling, inspirerende ideeën, brede belangstelling en oog voor kwaliteiten van anderen.
Wat anderen lastig vinden: moeite met dingen afmaken en het nakomen van afspraken.
Organisatiecultuur: enthousiast, sterk informeel circuit, moeite met ordenen, behoefte aan vrijheid.
De klant: ga samen lunchen en maak het gezellig, maar zet afspraken duidelijk op schrift.
De lezer: wees zo kort mogelijk, anders gaat de aandacht verloren. Geef toekomstperspectief en gebruik humor of een spannende anekdote.
8 de leider
Focus: (wils)kracht
Sterke punten: neemt makkelijk leiding, moed, eerlijkheid, directheid, energie, blanke pit.
Waar anderen moeite mee hebben is dat leiders dominant ingesteld zijn en heftig kunnen reageren.
In organisaties waar leiders zich sterk manifesteren heerst een sfeer van uitdagingen, concurrentie en harde woorden. Wie daar niet tegen kan vertrekt. De anderen moeten hard werken, maar worden daar goed voor beloond.
De klant: ga confrontaties niet uit de weg. Leiders geven gemakkelijk kritiek en als je het er niet mee eens bent, ga er dan tegenin. Een diplomatieke reactie wordt beschouwd als een vorm van ongelijk erkennen.
De lezer: wees direct en stellig, vermijd lange afwegingen en dring snel door tot de conclusie. Geef uitdagingen.
9 de bemiddelaar
Focus: rust en harmonie
Sterke punten: kan goed luisteren, rustig, in staat partijen bijeen te brengen, tolerant, bescheiden.
Daar tegenover staat dat bemiddelaars wel eens irritatie wekken met een apathische instelling en hun moeite met het maken van keuzes door onzekerheid.
Organisatiecultuur: een plezierig sociaal beleid, gerichtheid op consensus, en ruimte voor het volgen van je geweten. Timemanagement is minder goed ontwikkeld.
De klant: luister goed en stel veel vragen. Help de bemiddelaar met het nemen van beslissingen.
De lezer: spreek de lezer rechtstreeks aan en geef eerst een overzicht van wat ze te lezen krijgen. Maak onderscheid tussen hoofd- en bijzaken, maar noem ze allebei.
*) Wie zoekt op internetboekhandels naar boeken over het enneagram kan behalve Gurdjieff als auteursnaam invullen: Oscar Ichazo, Claudio Naranjo, Helen Palmer, Oscar David en de Nederlandse auteurs: Jorrit Jorritsma, Hanna Nathans en Willem-Jan van de Wetering. Enkele boeken eruit gelicht:
Jorrit Jorritsma: Het Enneagram. Karaktertypologie en zelfontplooiing. 1996 ISBN 90 5560 00. Een luchtig boekje, geschikt voor een (voortgezette) eerste kennismaking.
Helen Palmer: Handboek enneagram. 1988. ISBN 90 215 8697 5. Het Handboek is een gecombineerde Nederlandse bewerking van haar eerste twee uitgaven, beide bestsellers in Amerika. Gebaseerd op verhalen van duizenden deelnemers aan haar workshops. Na een uitgebreide oriëntatie op het enneagram komen de negen typen een voor een naar voren met aspecten als liefdes- en werkrelaties, signalen enz. Het derde deel is een 'relatiegids' waarin beschreven wordt welke typen thuis en op het werk een goede verstandhouding hebben. Een standaardwerk.
Helen Palmer en Paul Brown: Het enneagram in bedrijf & organisatie. De negen persoonlijkheidstypen in samenwerkingsverband en teamvorming. 1998. ISBN 90 215 8774 2. In dit boek komen de verschillende enneagramtypen nogmaals aan de orde aan de hand van thema's als communicatie, motivatie en time management. Het eerste hoofdstuk bevat een test en een checklist waarmee de lezer op zoek kan gaan naar het eigen type. Een praktisch en duidelijk boek, waarin het gaat over hoger opgeleiden en managers. Ook hier veel voorbeelden.
Oscar David: Het enneagram in management. Beter inzicht in menselijk gedrag in organisaties. 1999. ISBN 90 140 6337 7. Een handzame, beknopte inleiding in het enneagram (aan de hand van ervaringen die Oscar David opdeed bij Nederlandse organisaties) die de functie van een korte workshop kan hebben. Bedoeld voor managers en professionals. Bondig en overzichtelijk, met veel praktische tips. En een uitgebreide literatuurlijst.
Daniel Ofman en Rita van der Weck: De Kernkwaliteiten van het Enneagram. 2000 ISBN 90 5594 190 5
Dit boekje vult beschrijvingen van de enneagramtypen aan met kernkwadranten. Leuk voor wie thuis is in het kernkwadrantenmodel. Bevat ook een test en ontwikkelingsplannen.
Het enneagram wordt ook gebruikt als model voor de werkelijkheid, onder meer om werkprocessen beter planbaar en bestuurbaar te maken. Over dit onderwerp is gepubliceerd door onder meer: Klausbernd Vollmar, J.G. Bennett, Tony Blake en Paul G. van Oyen. Omdat boeken over deze toepassing van het enneagram moeilijk verkrijgbaar zijn, enkele websites van uitgevers: Paul van Oyen: http://www.kosmopolis.nl/Conversion.htm DuVersity (Tony Blake): http://www.duversity.org/index.html Klausbernd Vollmar: http://www.schors.nl/book/voll3299.html Paul van Schaik: http://www.counselling.nl/lente_event/enneagram.html
**) Katja Madrigal (Ripsestraat 22, 5764 PG De Rips, 0493 - 599 014) is zelfstandig consultant voor communicatiemanagement, training en personal coaching. Hierbij combineert zij haar jarenlange ervaring als public-relationsdeskundige met een gedragswetenschappelijke opleiding. Zij is gespecialiseerd in het coachen van communicatieprofessionals en verandertrajecten bij communicatieafdelingen. Naast individuele begeleidingstrajecten heeft Katja Madrigal opdrachten uitgevoerd voor adviesbureaus en opleidingsinstituten, banken, chemische bedrijven, hulpverleningsorganisaties en nutsbedrijven.
Verslag: Rob J.L. Visser
Naar boven
15112001 - Tekstnetwerken 'Klaar om jezelf beter naar de markt te brengen'
Startpunt: emotie
De zoektocht naar opdrachten begint hoe paradoxaal dat ook mag klinken vanuit emotie. Als je niet bereid bent om zelf te investeren in het overbrengen van jezelf, wat je beweegt etc. dan zul je nooit veel, laat staan interessante klanten verwerven. Iedere persoon is uniek en dat betekent dat je ook juist dat aspect van jezelf moet communiceren. De uiterste consequentie van deze manier van werken kan zijn dat je een opdracht niet verwerft. Maar bedenk: vanuit emotie ontmoet je ook nieuwe mensen die je weer verder kunnen helpen, door die emotie krijg je een gezicht en dat betekent anderen kunnen bekijken of je in een organisatie past om een bepaalde opdracht te vervullen.
Nieuwsgierig zijn
Het zal je misschien verbazen maar het aantal interessevelden dat onze belangstelling wekt is groter dan we denken. Soms liggen ze voor de hand, soms ook helemaal niet. Zet die interessevelden eens op een rijtje en geef een motivatie waarom je deze aandachtsgebieden hebt gekozen. Bekijk vervolgens eens of je relaties hebt die jou verder kunnen helpen met de acquisitie van opdrachten op het gebied van tekstschrijven.
Het begrip koude acquisitie
Relaties spelen vrijwel altijd een zeer belangrijke rol in het acquisitieverhaal. Je hebt namelijk door die relatie(s) een introductie waardoor een mogelijke opdracht toch gemakkelijker naar toekomt. Het ijs is al op voorhand gebroken. Je hebt namelijk al vertrouwen gekregen en dat is het meest belangrijke aspect van elke zakelijke opdracht. Wanneer je zomaar naar een mogelijke opdrachtgever stapt met je portfolio noemen we dat 'koude acquisitie'. Het bedrijven van zogenaamde koude acquisitie is niet alleen onverstandig, het kan je goede naam zelfs schade berokkenen. Daarom: pleeg nooit koude acquisitie.
Inventarisatie van aanpalende activiteiten
Je hebt je interessevelden bepaald. Maar er is nog een vlak waarop je mogelijkheden hebt. Op dat vlak bevinden zich de zogenaamde aanpalende activiteiten. Vaak bieden die activiteiten de mogelijkheid om je kwaliteiten wat minder anoniem te laten zijn. Inventariseer welke mogelijkheden je hebt. Ook hier geldt weer: er zijn meer aanpalende activiteiten te ontplooien dan je denkt.
Netwerken
Wat blijkt uit het voorafgaande: het is vrijwel uitgesloten om volstrekt autonoom opdrachten binnen te halen. Netwerken is dus een voorwaarde om te overleven. Tekstnet is een voorbeeld van een netwerk. Probleem is dat de meesten van ons vissen in dezelfde vijver. Het netwerk dat je met tekstnet hebt aangelegd helpt je in de meeste gevallen niet veel verder wat nieuwe opdrachten betreft. De oplossing kan een netwerk zijn waarin verschillende disciplines samenkomen. Een dergelijk netwerk biedt een scala aan contacten. Deze contacten kunnen je introduceren bij mogelijke opdrachtgevers. Die netwerken hebben vaak een sociaal oogmerk. Juist dergelijke omstandigheden vormen vaak de basis voor een hecht netwerk. Er zijn ook andere mogelijkheden. Je zou bijvoorbeeld kunnen toetreden tot een platform waarin diverse netwerken samenkomen. Dus een netwerk van tekstschrijvers komt samen met een netwerk van vormgevers, een netwerk van websitebouwers, allemaal kleine zelfstandigen die hun onafhankelijkheid als een groot goed beschouwen maar begrijpen dat je samen sterker staat. En op dat punt is dus (ook) winst te behalen voor ons als tekstschrijvers.
Wat voor soorten netwerken zijn er?
We kunnen drie soorten netwerken onderscheiden:
1. Het eerste netwerk kenmerkt zich door het feit dat daarin dezelfde discipline(s) vertegenwoordigd is/zijn als die je zelf beheerst. Een voorbeeld is tekstnet, een netwerk dat zich profileert als een beroepsvereniging voor tekstschrijvers.
2. Het tweede netwerk heeft als belangrijk kenmerk dat daarin uitsluitend (een) andere discipline(s) is/zijn vertegenwoordigd dan die je zelf beheerst. Dit soort netwerken hebben meestal een ander uitgangspunt, dat kan zijn van een bestuur van een vereniging tot een bridgeclub.
3. Het derde soort netwerk kenmerkt zich door zijn overkoepelende functie. Overkoepelende netwerken hebben in de praktijk bewezen dat ze verreweg het meest interessant zijn.
Hoe kom je aan netwerken?
De meest interessante vraag is natuurlijk hoe je aan je netwerken komt. Eigenlijk is het antwoord simpel: je moet elke dag netwerken. Maar als je de hele dag aan het netwerken bent kom je aan je betaalde werk niet toe. Dat werkt dus niet. Veel contacten ontstaan vanuit een informeel circuit. De een doet dat op de golfbaan, de andere tijdens een borrel. Waarom denk je dat de skyboxen in de Amsterdam Arena zo'n succes zijn? Omdat daar zaken worden gedaan. Het is bekend dat de basis voor de grootste sponsorcontracten vrijwel altijd in het informele circuit worden gelegd. Wat belangrijk is bij netwerken dat je jezelf voortdurend afvraagt of bepaalde contacten meer kunnen betekenen gezien vanuit het perspectief van je werk.
De problematiek van de ZZP'er (zelfstandige ondernemer zonder personeel)
Een belangrijk kenmerk van onze manier van werken is dat we onafhankelijk en zelfstandig zijn. Dat willen we ook graag zo houden. Nu wil het geval dat de wetgeving omtrent het zelfstandig ondernemerschap gaat veranderen. Dat heeft met een aantal zaken te maken. Eén van de belangrijkste punten in die nieuwe wetgeving is dat je verplicht wordt om voor meer dan 3 verschillende opdrachtgevers per jaar te werken. Dat zal voor de meesten onder ons niet zo'n probleem zijn. Het kan echter ook zijn dat je voor meer dan 50 procent afhankelijk bent van één opdrachtgever. Dan heb je wel een probleem. Deze ZZP-problematiek is inmiddels door een aantal instanties onderkend. Wat de precieze juridische kaders zijn is in dit verband niet interessant. Iets dat wel interessant voor ons is het volgende. Door het bij elkaar brengen van grote groepen zelfstandige ondernemers die op een veelheid van terreinen actief zijn is heel gemakkelijk synergie te creëren. Welnu, daar zit een interessant punt. Het is namelijk niet zo heel ingewikkeld om te bekijken of er een kruisbestuiving valt te bewerkstelligen wanneer je toch bezig bent zelfstandige ondernemers in kaart te brengen. Dat is dus een aspect waar alle partijen hun voordeel mee kunnen doen.
Wat is de toegevoegde waarde van de BV Ik voor deze groep van tekstschrijvers?
Een van de organisaties die zich met de zelfstandigen problematiek bezighoudt is de BV Ik. Er zijn inmiddels in Nederland meer dan 10 organisaties die zich bezighouden met de ZZP-problematiek. Juist door hun all over view biedt dit soort organisaties meer dan een samenwerkingsverband op één vakgebied. Er zijn 6 punten waar de BV Ik zijn meerwaarde kan bewijzen.
1. Het netwerk van BV Ik is niet alleen groter dan dat het netwerk van een persoon. Logisch want er worden honderden netwerken aan elkaar gekoppeld.
2. Het netwerk is zo ingericht dat je alleen te maken krijgt met personen die voor jou een toegevoegde waarde hebben en omgekeerd.
3. BV Ik kan zorgen voor bemiddeling en opdrachtverwerving. Dat betekent een welkome aanvulling op je eigen opdrachten.
4. BV Ik zorgt voor clustering.
5. Logisch dat een dergelijke organisatie zorgt voor een grotere mate van continuïteit.
6. Resultaat: je zult uiteindelijk in staat zijn precies die dingen te gaan doen die je zelf het allerleukst vindt.
Uiteindelijk moet je netwerk leiden tot een mechanisme dat je zelf instaat bent je carrière te bepalen.
Samenvattend kunnen de volgende zaken je helpen op een betere en verantwoorde manier acquisitie te plegen:
1. Onderzoek je interessevelden.
2. Bekijk of je aanpalende activiteiten kunt ontplooien.
3. Inventariseer je sociale contacten en bekijk hoe je deze tot een netwerk kunt uitbouwen.
4. Bekijk je positie als zelfstandig ondernemer. Is het de moeite waard om lid te worden van een koepelorganisatie die vele disciplines verbindt?
5. Formuleer waar je uiteindelijk heen wilt met je carrière en bekijk vervolgens hoe de voorgaande stappen je kunnen helpen dat doel te realiseren.
Door: Sijmen van Wijk
