Nieuws

Google Analytics voor tekstschrijvers

Hoe haal je meer uit Google Analytics? Dat leer je op de Tekstnetworkshop van 7 juni 2013. Speciaal voor tekstschrijvers!

lees meer >>

Naamwoordstijl

Het advies om de naamwoordstijl te vermijden is in de praktijk moeilijk te hanteren.

lees meer >>

Tijdschriftoplages

De totale oplage van publiekstijdschriften is vorig jaar met vijf procent gedaald.

lees meer >>

Copyright tekstnet 2009 - 2013

Tekstnet 2003

04032003 - Ans Tros - Omgaan met opdrachtgevers
Het thema van de bijeenkomst wordt ingeleid door Ans Tros, psycholoog en na een loopbaan als coach in het bedrijfsleven oprichter/directeur van de School voor Coaching in Leiden. Bij het schrijven van een boek heeft ze gemerkt dat redactie een vak apart is.Marijke Samsom heeft van verschillende leden (minder dan ze verwacht had) verhalen gekregen en daaruit drie cases voor rollenspellen gedestilleerd. Een boeiende formule, zo bleek uit het spannende verloop en de vele reacties.

In één keer goed?
Derk Eimers, geïnstrueerd als opdrachtgever, speelt de eerste met proefkonijn Aartjan van Erkel als tekstschrijver. Derk laat Aartjan 'eerlijk' weten dat hij en zijn collega's de tekst van Aartjan maar niks vinden, ze herkennen zich er niet in. Aartjan blijft er vrij koel onder, negeert de emotionele lading en vraagt naar waar het 'm in zit. Derk schudt een aap uit de mouw: een brochure van de concurrent, zo zouden wij het ook willen. Dit neemt Aartjan niet: dat vertel je me nu pas? En hij vraagt op de man af: wil je wel met me door of niet? Derk krabbelt terug en begint over de spelling van de tekst. Ha, nu kan Aartjan zijn professionaliteit weer inbrengen. Het gesprek gaat heen en weer over inhoud, stijl, toon, doelgroep; en dan komt de frustratie bij Derk weer even terug: hij had het de eerste keer al perfect verwacht terwijl dit voor Aartjan gewoon een concept was waar sowieso over gepraat moest worden, en zonder de door Derk gevreesde budgetverhoging.

Ans Tros zet tussentijds het gesprek een paar keer stil voor tussentijdse evaluaties. De zaal discussieert nog een tijdje met Ans Tros over hoe het gesprek zich ontwikkelde (op inhoud, procedure en proces). Of de emoties voldoende ruimte hebben gekregen en aan de andere kant niet zijn geëscaleerd. Over de durf om een meta-opmerking te maken als 'nu verzeilen we in een welles-nietes-discussie', of hoe je daar op moet reageren.

Onvervalst Amsterdams
Tom de Hoog speelt vervolgens de opdrachtgever van Leuntje Aarnoutse. Leuntje reageert tamelijk laconiek op de uitlatingen van Tom, die in onvervalst Amsterdams zijn eigen oordeel over de tekst van Leuntje ondergeschikt maakt aan het oordeel van een collega in zijn organisatie met wie hij nog langer verder moet, en die eigenlijk een tekst van een eigen medewerker had willen gebruiken, maar die Tom weer helemaal niet goed vond. Leuntje hengelt tactisch naar hoe die verhoudingen precies liggen - een gedurfde maar belangrijke interventie. Tom schrikt terug voor haar voorstel om met die collega erbij over de tekst(en) te spreken en wil elke confrontatie uit de weg te gaan. Leuntje doet geen concessie aan haar professionaliteit; ze wil haar eigen tekst wel herzien maar niet aanpassen aan een tekst van een ander die misschien heel slecht is.

Naar de smaak van Ans Tros heeft Leuntje mooi 'meebewogen' met de belangen van de opdrachtgever. Gesprekken spelen zich vaak af tussen twee ijsbergen: ze gaan over gedrag en mening, maar onder water zit een groot geheel van ideeën, belangen, eigenschappen, zelfbeeld.

Waarom zeggen we 'ja'?
Uitgever Léon van den Berg heeft een spoedklus tekstredactie voor Rafaël Barnard - waar hij hem wel toe in staat acht. Rafaël zit koortsachtig te denken of hij het wel moet doen, want het is onduidelijk hoeveel het bij elkaar is en hij moet al beginnen terwijl hij ook nog een offerte moet maken; en hij moet er ander werk voor uitstellen. Léon zet hem onder druk en hij gaat toch aan het werk. Vervolgens loopt het project bijzonder ongemakkelijk. Léon blijkt constant onbereikbaar en communiceert alleen nog maar via zijn secretaresse. Totdat Rafaël zijn rekening indient, met inbegrip van een verhoging van het afgesproken bedrag omdat de tekst ook veel meer woorden telde dan was voorgespiegeld.

Tussentijdse opmerkingen waren al: waarom zeggen we zo gemakkelijk 'ja' tegen dit soort opdrachtgevers? En zo snel? Die deadlines zijn nooit zo krap als ze je voorspiegelen. Zoek de ruimte. Idem met het budget: probeer erachter te komen hoeveel er op de begroting staat, want als het sowieso te weinig is weet je meteen dat je het niet moet doen. In de zaal blijken veel mensen ervaringen met horkerige opdrachtgevers en slechte briefings. Maak hun probleem niet tot het jouwe! Als het goed genoeg betaalt kun je het gebrek aan respect op de koop toe nemen. Sta wel voor kwaliteit, 'zoek maar iemand anders als je rommel wilt'. En beschouw jezelf als gelijke van de opdrachtgever.

Verslag: Felix van de Laar

Naar boven

16042003 - Ward de Moor - Interne communicatie bij veranderingen
Het lijkt wel hartje zomer op 16 april 2003, als we ons in de Jaarbeurs verzamelen voor de negenenzestigste tekstnetbijeenkomst. En iedereen wás al in een zonnige bui vanwege het (ongeveer) twaalfeneenhalfjarig bestaan van tekstnet! Ward de Moor - senior communicatieadviseur bij Communicatiebureau Synergie in Utrecht - leidt het thema van de middag: interne communicatie bij veranderingen. Na een korte theoretische inleiding, bekijken we aan de hand van praktijkvoorbeelden hoe we ervoor kunnen zorgen dat interne communicatie een succesfactor wordt.

Goede interne communicatie behelst meer dan het uitgeven van een personeelsblad. Ward de Moor noemt het 'de smeerolie van de organisatie'. En in deze tijd waarin alles continu verandert, moet er effectief gesmeerd worden. Veranderingen in organisaties hebben bijvoorbeeld te maken met de besturingsvorm, de organisatiestructuur, de cultuur, de werkwijze, de stijl van leidinggeven of de communicatie. Daarbij kunnen we interne communicatie inzetten als managementinstrument (beleid, motivatie), besturingsinstrument (taken) en P&O-instrument (gericht op het functioneren van de totale organisatie). Voor het gewenste resultaat geeft Ward de volgende succesformule:

Effectiviteit
=
Kwaliteit x Acceptatie
(inhoud) (draagvlak)

Probeer bij veranderingen de speelruimte te bepalen tussen weerstand en betrokkenheid. Weet dat het tot teleurstelling leidt als medewerkers mogen meepraten en er vervolgens met hun inbreng weinig gebeurt.

Voordat we voorbeelden gaan bespreken van hoe het wel en hoe het niet moet, drukt Ward ons op het hart het woord 'communiceren' niet meer te misbruiken als we 'informeren' bedoelen! Communiceren betekent namelijk tweerichtingsverkeer!

Ontslagen
De eerste case komt uit de zaal: wat denken we van de actie van de KLM, die aan de vooravond van een grote ontslagronde alle medewerkers bij de uitgang een speciale editie van het personeelsblad meegaf om hen zo van het slechte nieuws op de hoogte te stellen. Het probleem hier: hoe informeren we in zeer korte tijd alle medewerkers, vóórdat zij het nieuws langs andere wegen (persmedia) te horen krijgen. In het geval van KLM zou een brief van de directie persoonlijker en even snel te produceren zijn geweest. Bij dit soort gevoelige onderwerpen is persoonlijk informeren belangrijk. Daarnaast bied je schriftelijke informatie als ondersteuning. Een goede manier is op één dag eerst alle managers in een bijeenkomst op de hoogte te stellen en vervolgens - nog dezelfde dag - via de managers de medewerkers. Deze aanpak heeft eens heel goed gewerkt bij ABN AMRO. In tegenstelling tot de wijze waarop deze bank bij een latere reorganisatie te werk ging; toen ontvingen medewerkers alleen een brief waarin niet alleen stond wie er kon blijven en wie niet, maar ook wie er als onmisbaar werd beschouwd en wie niet! Gevolg: veel mensen die konden blijven, gingen weg omdat zij zich tweede keus voelden!

Privatisering
Een verandering van CAO ligt eveneens gevoelig. Ward vertelt ons hoe een ziekenhuis - dat van een gemeentedienst overging in een stichting - de weerstand tegen de veranderingen wist te reduceren door:
1. Alle medewerkers tijdig en duidelijk te informeren over wat er wanneer ging gebeuren; iedereen kreeg een informatiemap met tabbladen per onderwerp. Deze map werd gaandeweg gevuld.
2. Voldoende ruimte te geven voor vragen en feedback; tijdens bijeenkomsten konden medewerkers vragen stellen aan panelleden en de antwoorden op de meest gestelde vragen die bij P&O binnenkwamen, verschenen in speciale tweewekelijkse informatiebulletins.

Missie en visie
Bij de ontwikkeling van een missie en visie komt de communicatieadviseur vaak in een spagaat te zitten tussen het management en de medewerkers: het management heeft de missie en visie uitgedacht, de communicatieadviseur mag deze vervolgens 'parachuteren' in de organisatie. Om dit te voorkomen, is het een goed idee om de medewerkers een missie en visie voor hun eigen bedrijfsonderdeel te laten uitwerken. Door deze inbreng te gebruiken in de centrale missie en visie, bracht een onderdeel van Justitie de medewerkers en het management dichter bij elkaar. Het management wist wat er onder de medewerkers speelde en de medewerkers hadden uitvoerig kennisgemaakt met de bedrijfsdoelstellingen. Bovendien voelden zij zich meer betrokken. Een goed staaltje motiverende communicatie.

Fout
Na een feestelijke pauze bespreken we praktijkgevallen waarin het fout ging met de interne communicatie. Hoe doorbreek je bijvoorbeeld de situatie waarin partijen stellingen hebben betrokken en elkaar van daaruit bestoken, zoals bij de NS in het conflict over het rondje om de kerk. Hoe ga je om met botsende bedrijfsculturen, zoals bij Bols Wessanen waar de fusie erop stukliep. Of met zulke slechte omgangsvormen dat interne conflicten naar buiten komen, zoals bij NOVA, waar het invoeren van een nieuwe formule leidde tot een beschadigd imago en gekwetste ego's. Het zijn lastige vraagstukken waar we eigenlijk te weinig van weten om er iets zinnigs over te zeggen. Uit de zaal klinkt dan ook een klacht: Hoe communicéér je in zo'n geval, ik wil oplossingen en instrumenten!

Regie
Ward pleit ervoor de communicatie planmatig aan te pakken en de regie te voeren over de uitvoering. Regel bijvoorbeeld hoe perscontacten verlopen en belicht in geval van een conflict beide kanten van de zaak. Communiceer respectvol naar medewerkers. Personeel een spreekverbod opleggen, kan averechts werken en ertoe leiden dat verhalen via de pers naar buiten komen. Feit is wel: je kunt een organisatieprobleem niet altijd met communicatie oplossen.

Grenzen
Wat is het nut van deze informatie voor mij als tekstschrijver, komt als vraag uit de zaal. Tekstschrijvers worden immers meestal in het eindstadium ingeschakeld als uitvoerder. Het adviestraject is dan al afgerond, keuzes zijn gemaakt, besluiten genomen. Ward is het ermee eens dat wij het werk van de communicatieadviseur niet over kunnen doen. Toch is het volgens hem raadzaam na te gaan of tekst en medium het juiste antwoord zijn op wat er speelt bij de klant en eventueel een andere oplossing te adviseren. Zoek naar de ruimte die je hebt, luidt zijn pleidooi. Verken de grenzen. Probeer te voorkomen dat interne communicatie een schaamlap wordt.

Wanhoop en hoop
Zelfs na een besluit tot open interne communicatie kan het nog fout gaan, merkte een tekstnetter bij een grote gemeente in het zuiden van het land. Tijdens een veranderingsproces zou de interne discussie worden weergegeven in het personeelsblad. In de praktijk echter sneuvelde elke kritische noot in de vele schijven waarover de communicatie verliep. Gevolg: de communicatie sloeg dood en de tekstschrijvers wierpen in wanhoop uiteindelijk de handdoek in de ring. Volgens Ward kun je in zo'n geval ook weinig anders doen: als men écht niet wil, houdt het op. Meer hoop biedt het laatste voorbeeld uit de zaal, waaruit blijkt dat tekst soms wel degelijk iets teweegbrengt. Een verslag voor het OR-blad van een bijeenkomst over een ontslaggolf bij de toenmalige PTT leidde ertoe dat de directie verzocht om intrekking van het artikel en om heropening van de onderhandelingen.

Hulpmiddel
Als afsluiting van de middag krijgen we van Ward een opzet mee voor een copy-platform. Aan de hand hiervan kunnen we kenmerken, kaders en randvoorwaarden voor tekstopdrachten in kaart brengen als hulpmiddel om interne communicatie tot een succes te maken.

Verslag: Joyce Bennis & Thea Bergstra

Naar boven

19062003 - Rik Schutz en Ferdi Gildemacher - Denk mee over je ideale digitale woordenboek!
Een goede uitgever is dol op direct contact met zijn doelgroep. Waar heb je nu meer aan dan rechtstreeks van je afnemers horen wat je voor hen moet maken? Op 19 juni hadden Rik Schutz en Ferdi Gildemacher, uitgevers bij Van Dale Lexicografie, hun oren dan ook wijd open staan. Ze kwamen horen wat wij als dagelijkse consumenten het ideale woordenboek vinden.

Het ideale digitale woordenboek is er al (bijna)
Eerst ging Schutz in sneltreinvaart door de ontwikkeling van Van Dale: van woordenboek gemaakt door een geniale eenpitter die helaas de verschijning van zijn levenswerk in 1872 niet mocht meemaken tot ijzersterk merk woordenboeken waar een compleet team van lexicologen achter staat. Wat in Van Dale staat klopt. De uitgever differentieert zijn producten naar veel verschillende doelgroepen en gebruikssituaties, maar voor elk boek geldt diezelfde autoriteit.

Selecteren
Van Dale bepaalt wat wij accepteren als Nederlandse schrijftaal. Voor de selectie van nieuwe opnames is dan ook een hele procedure ontwikkeld. Gebruikers sturen heel veel aanvullingen. Meestal zijn die niet bruikbaar, maar er is ook een aantal gepensioneerde taalkundigen die met zeer nuttige correcties en signaleringen van nieuwe woorden komen. Ook klachten die bij de helpdesk binnenkomen en recensies worden door de redactie geïnventariseerd. De krant wordt gescreend en ook veel digitale bestanden worden automatisch doorzocht op frequent gebruikte nieuwe woorden.

Nu het al enige tijd mogelijk is om Van Dale Hedendaags Nederlands online te raadplegen, komt daar ook interessante informatie uit: de redactie kan volgen wat bezoekers tevergeefs aan trefwoorden intikken.
Het is ondoenlijk om bij elke nieuwe editie het totale bestand door te vlooien. Bovendien is er van de Dikke Van Dale nog geen compleet en samenhangend digitaal bestand. Er moet nog heel veel aan geredigeerd en gecodeerd worden voordat het zo goed is als iedereen denkt dat het is. Daarom pakt de redactie het thematisch aan. Bij de vorige editie alle religieuze termen en nu zijn alle citaten in herziening.

Mirjam van Strij de Regt recenseerde de nieuwe Van Dale Hedendaags Nederlands op cd-rom. Zij was behoorlijk tevreden over de gebruiksvriendelijkheid. Handig dat je hyperoniemen en hyponiemen kunt opzoeken als je eens zoekt naar een variant; van 'kaas' omlaag naar 'Edammer' en omhoog naar 'zuivelproduct'. Ze had wel problemen met de suffe kleuren waar Van Dale de boel in verpakt, eerst het poepbruin van het boek en nu muisgrijs voor het cd-romdoosje. Volgens Schutz kun je het bij de keuze van een kleur bijna nooit goed doen. De moderne talen hebben al elk hun eigen kleur en dat grijs zit er dan mooi tussenin. Elke felle kleur roept weerstand op.
Geef ons alles!

Het gaat natuurlijk om de inhoud: 100.000 trefwoorden. Maar waarom zouden wij als taalpro's genoegen nemen met 'maar' 100.000 als we ook de 250.000 van de Dikke kunnen hebben?

Na de recensie van Mirjam vraagt Rik ons hoe ons ideale digitale woordenboek eruit moet zien. De conclusie is dat we alles bij elkaar willen op een digitale plek: synoniemen en antoniemen, hypo- en hyperoniemen, meer actuele spreektaal, neologismen met de datum erbij waarop het woord het eerst gesignaleerd is, aanduidingen van het register, citaten, etymologische informatie, plaatjes en animaties, woorden laten voorlezen zodat je de klemtoon hoort, integratie met spellingscontrole ALLES!

Dit kan Van Dale ook allemaal al, glundert Schutz. In de nabije toekomst zal de Dikke Van Dale online beschikbaar komen. Afnemers kunnen dan abonnementen nemen op een basisbestand en allerlei extra modules naar gelang de gewenste diepgang.

Verslag: Isabelle Langeveld

Naar boven

09092003 - Martin van den Akker, Ronald Meekel en Stephan Csikos - Het jaarverslag: Brainstorm basis voor goed concept
'Een jaarverslag is een ramp, vergelijkbaar met het uitgeven van een boek. Maar met een boek is een hele uitgeverij bezig, aan een jaarverslag werkt slechts een klein groepje.' Aldus de opwekkende woorden van jaarverslagenspecialist Martin van den Akker (auteur van Het Jaarverslag). Gelukkig gaf hij ons, tekstschrijvers, een handreiking om die ramp enigszins in goede banen te leiden. Een goed concept vormt de basis en daarin speelt de vorm een grote rol. Tijdens de brainstorm inspireerden tekstschrijvers elkaar tot mooie concepten.

Het jaarverslag is de laatste jaren gegroeid van moetje naar visitekaartje. Strategie en beleid vormen nu de basis in plaats van, zoals vroeger, het stapeltje informatie over het betreffende jaar. Belangrijk is het profiel, een helder beeld van het bedrijf waarbij de eenvoudige informatie: wie is het bedrijf, waar zit het, wat doet het zeker niet over het hoofd gezien dient te worden. Andere centrale elementen zijn recente historie (het oude jaarverslag), financiële factoren, ontwikkelingen in bedrijf en product inclusief interne factoren (personeel etc) en last but not least: de toekomst. Daar draait het om, volgens Van den Akker. Een stakeholder kiest immers (op basis van het verslag) voor een bedrijf dat het in de toekomst goed gaat doen.

Rode draad
Hoe te beginnen aan zo'n grote klus? Een tekstschrijver schrijft in dit project niet alleen, maar is ook inhoudvormgever, heeft dus een dubbele taak. Van den Akker waarschuwt: 'Doordat je zo betrokken bent bij inhoud kan de vorm je uit de vingers lopen. Daarom is het belangrijk meteen al aan de vorm te denken.' Hij vindt een brainstorm met opdrachtgever én vormgever essentieel voor een zo omvangrijk project. Wat de tekst betreft: probeer in een paar zinnen samen te vatten waar het om draait.
Tip: maak een lijstje van essentiële dingen en toets bij medewerkers die je spreekt of ze inderdaad de belangrijkste zijn. Kies een rode draad en ga pas in een laatste fase verfijnen in formulering, taal en stijl. Tip: lees jaarverslagen, een goede bron!

Trends
Trends die Van den Akker signaleerde (zowel in profit als non-profit) - Bedrijven worden kritisch gevolgd, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid. - Strategie en beleid worden nadrukkelijk neergezet. - Schema's en overzichten moeten toenemende informatie inzichtelijker te maken. - Nadruk op transparantie, integriteit van bedrijf. - Aandacht voor 'zachte' elementen mens, milieu en meerwaarde, ondernemingswaarden en bedrijfscodes. - Profilering is belangrijk, zowel in tekst als beeld. - Thematiek. - De huidige jaarverslagen bieden in dit opzicht weinig nieuws onder de zon. Wel is het testimonial in opkomst. - Het gedrukt jaarverslag krijgt gezelschap van internet en cd-rom. - Internet kan aanvullen op gebied van actualiteit en een database bieden met informatie die het verslag veel te dik zou maken (bijvoorbeeld statuten).

Conceptontwikkeling
Overleg/brainstorm van vormgever en tekstschrijver en opdrachtgever is nodig voor conceptontwikkeling. Centrale vragen daarbij: - Wat zijn de belangrijkste boodschappen van dit jaar? - Welke beelden kunnen we gebruiken om de organisatie via de boodschappen voor het voetlicht te brengen (niet direct denken aan foto's, maar in parallellen)? - Welke kenmerken van de organisatie of omgeving lenen zich daarvoor? - Hoe vinden we een concept waarin zowel tekst als beeld zich thuisvoelt? Van den Akker raadt aan het concept te testen: Sluit het aan bij de kernboodschappen, werkt het met tekst én beeld?

Tekst en vorm moeten samen optrekken, is dus de boodschap van Van den Akker. Grafisch vormgevers Ronald Meekel / Stephan Csikos van Ontwerpwerk in Den Haag geven op hun website nformatie over dit proces. Hun ervaring is, dat juist omdat het jaarverslag steeds meer tot een imagobrochure is uitgegroeid, de opdrachtgever vaak het concept en thema bepaalt. Ontwerper vertaalt vervolgens concept naar vorm. Het verslag is voor dit bureau een middel om op een originele, verrassende manier te communiceren. De fotograaf heeft een grote stem in de vertaling van concept naar beeld. Fotografie is vaak hét middel om een concept in beeld te brengen en het verslag luchtiger te maken. Een dilemma bij de vormgeving is dat het verslag toegankelijk en daarom mooi moet zijn, maar er niet te duur uit mag zien. Dit zou een verkeerde indruk wekken bij de financiers. Veelzeggend detail: er wordt veel mat papier gebruikt.

Brainstorm
Het laatste deel van de themabijeenkomst was ingeruimd voor een brainstorm met collega's. Dit voor velen inspirerende proces laat zich lastig verslaan. Een uitgewerkt voorbeeld geeft wellicht de beste impressie. Het betreft de zoektocht naar een passend concept van het jaarverslag voor het Stedelijk Museum Amsterdam.

Het Stedelijk Museum in Amsterdam moet weer tot de wereldtop gaan behoren. Gezien de internationale allure van de collectie, de naam en faam, de locatie en zeker ook de potentie moet het mogelijk zijn dat het Stedelijk Museum, als integrerend onderdeel van het Museumplein, weer zijn aansluiting vindt. Hiertoe moeten de sterkten meer dan in het verleden worden uitgebuit en de reputatie hersteld. Verzelfstandiging van het museum op korte termijn, een nieuw bouwkundig ontwerp dat aansluit bij de ambitie(s) en het spoedig aantrekken van een nieuwe directie met een duidelijke visie en artistiek beleid behoren eveneens tot de voorwaarden.

Markante aanknopingspunten:
1. samenwerkingsrelaties met de omgeving van het museum, andere musea, museumplein, ...
2. oud gebouw met nieuwe vleugel biedt uitdagingen voor vorm en thema. Gezien de crisis waarin het museum verkeert (verslechterd imago en verzelfstandiging) is een uitstraling met allure nodig. Vergelijking in de natuur: metamorfose, ei-jonge vogel-uitvliegen. Een stevige vogel, 'geen mus maar een pauw'.
3. dynamiek in de omgeving, wandelaars, auto's trams.
4.. bezoekers en kunstenaars komen uit... de wijk, de stad, Nederland, Europa en daarbuiten. Schets de schaal waarin zij het museum beleven: klein/ groot.
5. de bezoeker centraal.
6. interactie kunst-bezoeker.
7. niet alleen de zalen tonen in het jaarverslag, maar ook de kelder en de zolder.
8. nieuwe bezems vegen schoon:
thema-expositie met ontwerpen van bezems.
9. het omslaan van bladen = een route door het museum; iedere spread een andere zaal met een ander onderwerp.
10. foto's uit de oude tijd, foto's van hoe het straks wordt.
Conclusies:
a. Tijdsverloop
het is mogelijk tijdsverloop in het thema een plek te geven met bijv. de punten 2, 3, 6, 8, 9, 10.
b. Plaats
dat geldt ook voor het begrip plaats met de punten 1, 2, 3, 4, 7, 9. Met deze conclusie vallen andere ideeën niet meteen af. We willen nu eerst in het museum gaan kijken en praten met de opdrachtgever. En in het kader van de klantenbinding: we verwachten dat we genoeg ideeën hebben voor thema's om de opdrachtgever gedurende minstens drie jaar te imponeren.

Waarmee maar weer is aangetoond dat tekstschrijvers meer in hun mars hebben dan schrijven alleen.

Verslag: Sasja Nicolai

Naar boven

november 2003 - 12,5 jaar Tekstnet
Ter gelegenheid van het jubileum hield Tekstnet een wedstrijd in het schrijven van teksten bij schilderijen van Mondriaan.

Pim Wiersinga's inleiding over Mondriaan

Geachte dames en heren, beste Tekstnetters,
Mondriaan staat voor monomanie en megalomanie. Mondriaan spreekt in metataal, met muizenissen waarvan de mitsen en maren ons mateloos ergeren. Mondriaan, dat is een marathonloper op een monumentale missie. Mondriaanmooi is modernistisch mooi, meesterlijk mooi, markanter dan mooi: bij Mondriaan wordt muziek mozaïek, vermommen de muzen zich tot mazen in de methode. Eén m-woord komt in Mondriaans avant-gardistische metataal niet voor, en dat is melancholie. O, het ís er wel: zeker in het oudere werk. Stiekem denk ik dat de melancholie Mondriaans demon was, dat hij een vormentaal ontwierp om in één klap te ontkomen aan het moeras van de anekdotes, het troebele water van de zintuigen. Hij zocht naar manieren om het incidentele en het vluchtige uit te bannen, lijkt het. Het was niet zozeer de figuratieve kunst waarmee hij wilde breken, eerder de voze pittoreskheid van deze aarde. En laat dat pittoreske en zintuiglijke nu net het kenmerk zijn waar de taal het van moet hebben; zeker taal die zich tot 150 woorden beperkt en niet onderhorig is aan een communicatief doel.
Zelden tot nooit, dames en heren van de organisatie, heb ik zo'n paradoxale tekstopdracht mogen beoordelen. Niet alleen vraagt u zakelijke schrijvers zich te encanailleren met uitingen waar geen opdrachtgever oren naar heeft; u veroordeelt de inzenders bovendien tot een vorm die haaks staat op Mondriaans esthetiek. Voor een suggestieve tekst van 150 woorden biedt hij niet het minste aanknopingpunt. Net als Spinoza of Pythagoras vóór hem, timmerde Mondriaan aan een universum van wetten, verhoudingen en mathematische principes, en bij zoiets denk je meer aan een encyclopedische tekst, met talloze onderverdelingen en geledingen, en tegelijk overkoepeld door een eenheid die niets naast zich duldt. Mondriaan is, hoe je het ook wendt of keert, niet de kunstenaar van de glimlach, de traan of het ironische terzijde. Alleen al daarom zou hij gruwen van de inzender die zich tooit met de naam Piet Paaltjes en opent met de zinnen:

In het diepst van het woud, het was al herfst en erg koud, liep een schilder tandknersend te malen.

Hier betrappen we als het ware Mondriaan in anekdotische toestand - de toestand waartegen hij zijn kunst antidotisch inzette. Wel jammer dat de inzender deze pastiche niet tot het einde toe doorzet. Want als iemand belichaamde wat Mondriaan verwierp was het wel Piet Paaltjes, met gedichten als:

Zijn goudblonde lokken en knevel,
zijn geestvolle neus en mond,
zijn vergeetmijnietblik, zijn tenorstem
En zijn New-Foundlandse hond,

Ik moet er gedurig aan denken;
Zelfs adem ik soms nog flauw
de geur in van zijn sigaren.
Hij kocht ze gewoonlijk bij BLAAUW.

Ruik ik opnieuw die sigaren,
Dan word ik eensklaps zo raar.
Is 't, omdat hij ze rookte,
Of was de tabak mij te zwaar?

Hoewel de tekst van 'onze' Piet Paaltjens geen prijs in de wacht sleept, wil ik hem toch eervol vermelden. Ik bewonder de intuïtie om juist die dichter te parodiëren die een grootmeester was in het korte genre - of had het kunnen worden. Ware het niet, dat ook de dichter terugdeinsde voor de artistieke consequenties van zijn melancholie. François Haverschmidt had alles in zich om een negentiende-eeuwse Fernando Pessõa te worden, tenminste, als hij het had aangedurfd om vier à vijf dichterlijke deelpersoonlijkheden te worden, en niet was blijven steken in dat ene alter ego van Piet Paaltjens. Met gemak had hij de domineeslyriek van zijn tijd kunnen wegvagen - maar helaas. Hij schrok ervoor terug, werd zelf dominee, het graan van zijn talent verpieterde in de jeneverdampen van Schiedam, alwaar hij zich verhing in de pastorie. Pessõa en zijn fictieve handlangers zouden hem heel goed hebben begrepen, denk ik, want een van hen schrijft:

De dichter wendt slechts voor.
Hij veinst zo door en door
dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn,
zijn werkelijk gevoelde pijn.

Wat maakt deze strofe zo krachtig? Dat het een vers is, doet er niet toe. Het mag natuurlijk ook in proza. Het gaat om de korte, pregnante vorm voor iets waar je niet omheen kunt. Literatuur, zei Kafka, is de bijl op de bevroren zee in onszelf. Als ik die definitie aanhoud, of beter gezegd dit aforisme, verdienen veel inzendingen het predikaat literair. Deze bijvoorbeeld:

Wie zich binnen gesloten grenzen bevindt, kent geen onzekerheid en wie aan een hogere macht gelooft ook niet. In het eerste geval is de ruimte te klein om te onderzoeken, in het tweede te groot om te bevatten.

Met deze aforistische stijl benadert de inzender de geest van Mondriaan, wat zowel een verdienste is als de reden dat Hokjesgeest van Fetah niet op de shortlist terecht is gekomen. Als je vijf aforismen onder elkaar zet, moeten ze alle vijf sterk zijn en elkaar onderhuids versterken, en dat lukt net niet.

Althans, dat was het oordeel van de jury bestaande uit wij, Pim Wiersinga. De jury heeft veel moeten wegstrepen wat de moeite waard was. Twee inzenders zien in de zonnebloem een treurende gestalte: schitterende observatie, maar stilistisch imperfect. Wel tot de shortlist - ik houd de winnaars nog geheim, en verzoek de inzenders nog een ogenblik anoniem te blijven - behoort de inzending van Mrs Dalloway. Het pseudoniem is voortreffelijk gekozen, past bij het ogenschijnlijk dwarrelige, hyperbewuste en sensitieve proza van Virginia Woolf die dit personage ooit bedacht. De tekst zweeft tussen proza en poëzie en sleurt ons onverbiddelijk het schilderij in.

Mijn dikbesokte voeten ploegen zich een weg
door de bladeren die het bospad bijna
onzichtbaar maken. De wind loeit als een kwade
geest om mijn hoofd en ik moet me schrap
zetten om niet te vallen. De magere
boomstammen aan weerszijden lijken bijna
te bezwijken door de storm die door het bos van
Oele raast (...)

Ik zal bij iedere bijdrage van de shortlist een minpuntje noemen, zo ook bij deze: gedachten en gevoelens die strijden om een plekje in mijn hart - zoiets valt uit de toon: de gemoedstoestand wordt meer benoemd dan opgeroepen. Gelukkig trekt de slotzin het geheel weer vlot:

Het leek zo'n goed idee om een boswandeling te maken, maar de wind, de kou en de zwiepende bloedrode en koperen bladeren maken dingen in mij los die ik liever voor altijd verborgen had willen houden.

Bij de shortlist hoort ook het volgende gedicht:

Mondriaan! Ansichtkaart!
Zee na zonsondergang,
Sterren zijn vierkant en
strand is een zooi.

Hij is de schilder van
burgermanshokjesgeest.
Pak dus een prikker en
maak het weer mooi.

Ik hoef niemand te vertellen welk Mondriaan-tafereel ten grondslag ligt aan dit gedicht: het lelijkste van de zeven. Ik heb me niet laten leiden door mijn beeldende voorkeur, al vind ik het een daad van rechtvaardigheid dat de auteur een schotschrift maakte, en geen woord is te veel. Toch is kritiek ter zake: op het masker waarachter de maker zich hult. Tegen Olleke Bolleke zeg ik: mooi gespeeld, maar met zo'n naam kom je toch zeker niet de bühne op?
Dit geldt geenszins voor het vage, maar treffende pseudoniem E.J. Nina, in wiewns of wier Landschap in Grijs het onmogelijke aan de orde is:

De boog is rond en de boot
Slaapt aan de vierkante kade
De kade is hard en van steen,
Koud als ijs.

De boot wiegelt wakker, tijger en leeuw
Loeren bedaard op een kans,
Hun ronde snuit en trillende snor
Maken zich los uit het grijs.

De boot is blauw en de
Dieren gebaren: geen kwaad in de zin,
Een sterke sprong het schommelschip in:
ze willen niets liever dan varen.

De boog is rond, tijger en leeuw
Scheren langs vogels en vierkante steen,
In vliegende vaart
Voor altijd op reis, nergens heen

Wonderschoon is het spel met de klanken van boot en boog, in contrapunt met het duo vierkant en rond. Zonder opvallende trucs weet de dichter melodie in de regels te krijgen, met tempowisseling en al. Een obstakel op het pad naar volmaaktheid is dat het geheel te zoetgevooisd blijft, dat de hoeken net te weinig schuren. Doet verlangen soms geen pijn?
Nog een gedicht, alweer een, en alweer over het onmogelijke, met de titel

Bijna alles

Voorbij de verblinding van het ronde rood
Blijft de weerkaatsing in de wolken,
Schampt de krullen in het water,
Graaft donkere gaten in het zand,
En schittert op het schuim.

Op die rand van dag en nacht
Krimpen de contouren en de kleuren.

Ik zie de innerlijke onrust terug
Die wacht op de wind
En voel het natte zand tussen mijn tenen.
Maar wie kan het trekken van het zout aan mijn huid
In een beeld vangen?

Rood Koper is het toepasselijke pseudoniem waarin de auteur zich heeft gehuld. Het enige zwaktebod zijn de laatste regels, de retorische vraag aan het slot die niet uit het voorafgaande voortvloeit. Maar verder munt dit gedicht uit in zintuiglijke precisie en maakt het zelfs van dat akelige zeegezicht iets moois.
Bijna begon ik te geloven dat ik ten prooi was gevallen aan een onverdedigbare hang naar poëzie toen de volgende openingszin in het onvervalste proza van Willem de Schrijver zich aan mij opdrong:

Het was op regenachtige zondagen dat je mijn vader voor het raam in de woonkamer kon betrappen op het declameren van een vers: "Op het landschap valt een traan, van het palet van Mondriaan".

Zo krokant is deze openingszin dat de rest verbleekt. Aan Willem die hier proza maakte ligt het niet. Volgens mij moet je met zo'n zin niet in de startblokken van de 150 meter gaan staan, het is iets voor de langere afstand, en ik hoop, Willem, dat het er binnenkort van komt.
De laatste op de shortlist is een sonnet. En dat is ook meteen mijn kritiek: past zo'n klassieke en ouderwetse vorm bij Mondriaan? Ik dacht het niet.
Voordat ik afrond, eerst dit. De zes teksten die de shortlist bereikten, zijn globaal van eenzelfde niveau. Dus de vraag is nu: welke ondeugd moet het zwaarst wegen: het benoemen van gevoelens in plaats van ze op te roepen? Zoetgevooisdheid? Retorische vragen aan het slot? Het foute masker? Al te sterke zinnen aan het begin? Het kiezen van een al te gepolijste of klassieke vorm die niet bij het palet van Mondriaan past?
Het antwoord moet ik nog even schuldig blijven, en ik rond dit programmaonderdeel af met

Hokjesgeest

De wereld was in kleuren klaargezet
Zoals de vroege ochtend zich verhief.
Stil het strand, de zee als op statief,
Een bonte baaierd verf op mijn palet.

Ik voelde verten, rook de stilte, zag de wind,
Raakte door de milde ochtendzon bedolven,
Stond daar in omarming met de golven,
Keek arg'loos naar de wereld, als een kind.

Hoe kon ik dit moment nog vangen, en bewaren
Voor een later nu? Bestaat genot voor langer duur?
Tijd, de strenge meester, maakte mij het leven zuur,
Amper kwam het trillende penseel nog tot bedaren.
Elke emotie werd een stip, een vierkant, een fragment.
In eindeloos veel hokjes heb ik daar toen kleur bekend.

Ik zie u allen beneden bij de prijsuitreiking.
Dan gaan we nu over tot de ontmaskering. Willen de volgende auteurs opstaan en hun identiteit prijsgeven aan het publiek: Mrs Dalloway, Olleke Bolleke, Rood Koper, Willem de Schrijver, E.J. Nina en Jan Tak. Aan jullie draag ik de volgende regels op, in zodat je uit deze gestileerde melancholie troost put als je niet tot de winnaars behoort:

Hoor ik op Sempre een waldhoorn,
Of ook wel een Turkse trom,
Dan moet ik zo bitter wenen;
En - ik weet zelf niet waarom.

Vraagt een der werkende leden:
'Hoe kan een Turkse trom
Of een waldhoorn u zo roeren?'-
Dan weet ik zelf niet waarom.

Is 't wijl in beet're dagen
Een vriend de Turkse trom
Niet onverdienstlijk bespeelde?
Ach, ik weet zelf niet waarom.

De tweede prijs gaat naar Olleke Bolleke, voor dat rappe schotschrift tegen Mondriaan van 8 regels en welgeteld 28 woorden. Hij krijgt van TekstNet hetzelfde geschenk.

De eerste prijs gaat naar Jan Tak voor zijn schitterende sonnet - hoezo 'past niet bij Mondriaan'? Onzin! Maar een waarschuwing acht de organisatie toch op zijn plaats; om niet in versleten rijmschema's te vervallen, heeft men besloten jou de Opperlanse taal en letterkunde van Battus te doen toekomen

Winnend
Eerste prijs Teksten bij Mondriaan

schilderij: Zee na zonsondergang
thema: hokjesgeest + kleur bekennen

Hokjesgeest

De wereld was in kleuren klaargezet
zoals de vroege ochtend zich verhief.
Stil het strand, de zee als op statief,
een bonte baaierd verf op mijn palet.

Ik voelde verten, rook de stilte, zag de wind,
raakte door de milde ochtendzon bedolven,
stond daar in omarming met de golven
keek arg'loos naar de wereld, als een kind.

Hoe kon ik dit moment nog vangen, en bewaren
voor een later nu? Bestaat genot van langer duur?
Tijd, die strenge meester, maakte mij het leven zuur,
amper kwam het trillende penseel tot bedaren.
Elke emotie werd een stip, een vierkant, een fragment.
In eindeloos veel hokjes heb ik toen kleur bekend.

Jan Tak, pseudoniem voor Uriel Schuurs (ITP de Aanzet)
Tweede prijs eveneens: Zee na zonsondergang
thema: hokjesgeest

Mondriaan! Ansichtkaart!
Zee na zonsondergang,
Sterren zijn vierkant en
strand is een zooi.

Hij is de schilder van
Burgermanshokjesgeest.
Pak dus een prikker en
Maak het weer mooi.

Olleke Bolleke, pseudoniem voor Joost Scheifes (Scheifes BV)
Eerste prijs voor onderschrift
Schilderij: Blauw landschap: onderschrift: blauwdruk voor inspiratie
pseudoniem: Blauw, alias Christine van Eerd
Tweede prijs voor onderschrift
Schilderij: Passiebloem, onderschrift: Mmm...die hou ik voor mezelf, mmm...lekker!
Pseudoniem: Willem de Schrijver, alias Eugen de Reuver


Overigen uit de shortlist van Pim Wiersinga:

Schilderij: Landschap, 1912
Thema: het onmogelijke

Landschap in grijs

De boog is rond en de boot
slaapt aan de vierkante kade
De kade is hard van steen,
koud als ijs.

De boot wiegelt wakker, tijger en leeuw
Loeren bedaard op een kans,
hun ronde snuit en trillende snor
maken zich los uit het grijs.

De boot is blauw en de
dieren gebaren:geen kwaad in de zin,
een sterke sprong het schommelschip in:
ze willen niets liever dan varen.

De boog is rond, tijger en leeuw
Scheren langs vogels en vierkante steen,
in vliegende vaart
voor altijd op reis, nergens heen.

E. J. Nina, pseudoniem voor Jannie van der Leer
(de Bladerbeer)


Landschap, 1912
Thema: Ziel & zaligheid

Het was op regenachtige zondagmiddagen dat je mijn vader voor het raam in de voorkamer kon betrappen op het declameren van een vers: "op het landschap valt en traan, van het palet van Mondriaan.." Toen vader had geoordeeld dat ik tot de jaren des verstands was doorgedrongen, vond hij de tijd ook rijp om mij in te wijden in de achtergrond van het bewuste rijm. Hij nam me op een maandagmiddag mee naar het Haagse Gemeentemuseum, om me daaar een doek van Mondriaan te tonen. Het museum bleek gesloten, maar door de vensterruiten kon ik nog juist een glimp opvangen van de inspiratiebron van vaders' poëzie. Zo mistroostig als het landchap uit 1912 waren de meeste zondagmiddagen gelukkig niet. Ik zag de teleurstelling over de gesloten deur op mijn vaders gezicht, maar ook zijn kraaienpootjes. De museumtoegang kon hem worden ontzegd, maar een goed gevoel voor humor niet.

Willem de Schrijver, pseudoniem van Eugen de Reuver


Bos bij Oele
Thema: kleur bekennen

Mijn dikbesokte voeten ploegen zich een weg
door de bladeren die het bospad bijna
onzichtbaar maken. De wind loeit als een kwade
geest om mijn hoofd en ik moet me schrap
zetten om niet om te vallen. De magere
boomstammen aan de weerszijden lijken bijna te
bezwijken door de storm door het bos van
Oele raast. De ijzige kou dringt zich een weg
door mijn handschoenen heen, terwijl mijn ogen
prikken en de tranen in kleine straaltjes over
mijn wang mijn sjaal in lopen. Antracietkleurige
wolken strijden om een plekje dicht bij de aarde
net zoals de gedachten en gevoelens in mijn
hoofd strijden om een plekje in mijn hart.
Het leek zo'n goed idee om een boswandeling te
maken, maar de wind, de kou en zwiepende
bloedrode en koperen bladeren maken dingen in
mij los die ik liever voor altijd verborgen had
willen houden.

Mrs Dalloway, pseudoniem voor Cinderella Schaap,
(Word Up!)

Zee na zonsondergang
Thema: het onmogelijke

Bijna alles

Voorbij de verblinding van het ronde rood
blijft de weerkaatsing in de wolken,
schampt de krullen in het water,
graaft donkere gaten in het zand,
en schittert op het schuim.

Op die rand van dag en nacht
krimpen de contouren en de kleuren.

Ik zie de zinnelijke onrust terug
die wacht op de wind
en voel het natte zand tussen mijn tenen.
Maar wie kan het trekken van het zout aan mijn huid
In een beeld vangen?

Rood koper, pseudoniem voor Laurine ter Keurst (Arax)

Eerste prijs voor tekst:Laatste editie (2003) van Battus, Opperlans!
Tweede prijs: Mondriaan Compleet
Eerste prijs onderschrift: het Groene Woordenboek
Tweede prijs: De zwarte woordenlijst (beide boeken beschikbaar gesteld door SdU)

Alle winnaars mochten ook een keus maken uit de boeken die Coutinho beschikbaar stelde: (via Adrie Beyen)
Communicatieonderzoek - Een strategisch instrument
Culturele waarden en communicatie in internationaal perspectief
Adviseren met perspectief - Rapporten en presentaties maken
Tekstanalyse - Wat teksten tot teksten maakt

Naar boven