Criteria voor tekstkwaliteit
Als een tekstschrijver lid wil worden van Tekstnet, stuurt hij twee recente voorbeelden van zijn werk op. Een toelatingscommissie beoordeelt deze teksten op kwaliteit. Daarbij hanteren we een checklist gebaseerd op het CCC+-model van Renkema. Dit bestaat uit het CCC-basismodel plus drie extra criteria: communicatiekracht, creativiteit en concept.
Het CCC-basismodel
Volgens Renkema’s CCC-basismodel moet een goede tekst voldoen aan drie criteria: correspondentie, consistentie en correctheid. Deze passen we toe op vijf tekstniveaus: teksttype, inhoud, opbouw, formulering en presentatie. Op al deze niveaus moeten de teksten aan de drie criteria voldoen. Wat houden ze precies in?
Correspondentie
Correspondentie houdt in dat de tekst is afgestemd op het doel en de lezer. Is het doel van de tekst bijvoorbeeld een advies te geven? Dan vraagt dat om een overtuigende stijl en een argumentatieve opbouw. En bestaat de doelgroep uit leken? Dan vraagt dat om taalgebruik dat iedere lezer begrijpt. Het is aan de tekstschrijver om zowel doel als lezer constant in de gaten te houden.
Consistentie
Consistentie betekent dat de schrijver consequent is in de tekstkeuzes die hij maakt. Kiest hij bijvoorbeeld voor een informele stijl, dan moet hij niet opeens met ambtelijke volzinnen komen. En uit hij aan het begin van de tekst een stevige mening, dan moet hij later niet het omgekeerde beweren. Zo vertoont een consistente tekst samenhang op alle fronten.
Correctheid
Correctheid betekent dat de tekst geen fouten bevat. Daarbij gaat het niet alleen om taal- en spelfouten, maar ook om inhoudelijke missers of afwijkingen van de conventies. Zo'n conventie is bijvoorbeeld dat een webtekst uit korte tekstblokken bestaat. Houdt een schrijver zich daar niet aan, dan is de tekst niet correct.
De drie extra C’s
Voor teksten die geschreven zijn door professionele tekstschrijvers heeft Renkema drie extra C’s toegevoegd aan zijn model: communicatiekracht, creativiteit en concept. Bij deze criteria staan de volgende vragen centraal:
Communicatiekracht
In hoeverre zal de tekst de doelgroep bereiken? Welke zogenoemde onderwaterdoelen (zoals saamhorigheid kweken of het vleien van de doelgroep) worden er beoogd en bereikt?
Creativiteit
In hoeverre spreekt uit de tekst de creativiteit van de schrijver? Hoe is die zichtbaar in zijn formulering (het ‘taalspel’)? En heeft hij bijvoorbeeld ook verrassende keuzes gemaakt in teksttype, inhoud en structuur?
Concept
Past de tekst in een totaalconcept, een campagne of bladconcept? Wat is de samenhang met de vormgeving? Welke inbreng heeft de tekstschrijver hierin? Klopt dit concept met doel en doelgroep?
