Nieuws

Bessensap

Op 4 juni 2012 ontmoeten journalisten, redacteuren en onderzoekers elkaar op het evenement Bessensap.

lees meer >>

Tekstnetwerken 2012

Netwerken, kennis delen en inspiratie opdoen: dat is Tekstnetwerken 2012. Ruim 150 deelnemers komen op 31 mei naar Driebergen.

lees meer >>

Tekstnet verbreedt lidmaatschap

Ook niet-schrijvende tekstprofessionals kunnen zich voortaan aansluiten bij Tekstnet. Zij zijn welkom als buitenlid.

lees meer >>

21-05-2012Copyright tekstnet 2009 - 2012

Schrijven voor kinderen

Op 12 februari 2010 organiseerde Tekstnet een workshop Schrijven voor kinderen met schrijver Rindert Kromhout. Hieronder vind je het verslag van deze populaire workshop.  

Met of zonder depressie naar huis
Door: Yolan Witterholt
Foto's: Hans Niezen

IJskoud is het buiten, als de 18 deelnemers van de workshop Schrijven voor Kinderen zich in een klein zaaltje van een kinderopvangkantoor tegenover het station in Amersfoort verzamelen. 17 vrouwen en 1 man, naast workshopleider Rindert Kromhout, schrijver van 114 kinderboeken.

Na enige blijken van herkenning over en weer, een praatje hier en een praatje daar, hebben alle deelnemers plaatsgenomen rond het tafelblok, met Rindert aan het hoofd. Voor iedereen op tafel een dikke stapel A4’tjes; bij de één zijn ze volgekrabbeld met aantekeningen, bij de ander lijken ze net uit de printer gerold. 19 verhalen voor kinderen, geschreven door de deelnemers zelf en een week voor deze middag rondgestuurd. Eén voor één zullen ze van kritisch commentaar worden voorzien en aan het eind van de middag zullen we weten of zich onder ons een Groot Talent bevindt. “Ik ben niet van plan om vanmiddag aardig te gaan doen”, begint de workshopleider zijn verhaal opgewekt. “Niet van: goh wat leuk dat jullie het geprobeerd hebben. Ga je vanmiddag met een depressie naar huis, dan is dat voor je eigen bestwil, moet je maar denken.” Wat hem betreft zijn er drie belangrijke criteria bij de beoordeling van kinderverhalen:

  1. Is de verhaallijn verrassend?
  2. Is de ontknoping onverwacht?
  3. Is er sprake van een duidelijk eigen stijl?

Aan deze criteria heeft hij onze probeersels onderworpen.

Puzzelen voor beginnerstekstnet_schrijven_voor_kinderen_270
We openen met de verhalen die geschreven zijn voor beginnende lezertjes. Hoewel ze kinderlijk makkelijk zijn om te lezen, blijkt het schrijven een haast ondoenlijke klus. “Moeilijker dan dit bestaat er niet”, zegt Rindert. Woorden mogen maar één lettergreep hebben, dubbele medeklinkers mogen alleen als het om stam + -t gaat en elk woord moet klankzuiver zijn: wat er staat moet zijn wat je hoort. Bad mag niet; bak mag wel.

Genadeloos zet Rindert een verbale streep door elk ontoelaatbaar woord. Ondanks het zweten en zwoegen en het aldoor weer weghalen van foute woorden bij deze lastige klus, zijn er heel wat doorheen geglipt. De weinigen onder ons die zich aan het genre gewaagd hebben, ‘werden er helemaal simpel van’ en ‘gingen in eenlettergrepige woorden denken’, maar hadden toch veel lol in de puzzel die zo’n tekstje is. Gespannen wachten de inzendsters op hun ‘rapport’. De pop van pen van Pauline, een getekende pop die uit een boek wandelt, vindt Rindert ‘geniaal gevonden’. Andrea is lekker met taal bezig geweest maar had wel wat meer emotie in het verhaal mogen stoppen, Christine is zo druk met de woordenbeperking in de weer geweest dat ze verzuimd heeft een originele draai aan het verhaal te geven en het woord poepie van Dini mag niet, ook al protesteert ze dat ze het door de tekst heen heeft ‘opgebouwd’ uit de woordjes poe en pie.

‘De’ kleuter bestaat niet
Zonder pauze stomen we door naar de voorleesverhalen voor kleuters: de dikste stapel. Natuurlijk mogen we zelf ook commentaar geven, en dat doen we aanvankelijk wat aarzelend. Er blijken veel moeders onder ons en een aantal verhalen is thuis al op ‘levende kleuters’ uitgeprobeerd. De stapel laat vooral een grote verscheidenheid aan stijlen en onderwerpen zien. We gaan van een lachwekkend verhaal over een drollenparadijs via een raadselachtig maar intrigerend verhaal over handschoenen die een eigen leven gaan leiden naar het verhaal van een prinses die plaatsneemt op een gehaktbal en een avontuur met een als beer verklede boer in een boomgaard. Tussendoor de wat meer huis-tuin-en-keukenonderwerpen als een logeerpartij, verstoppertje spelen met opa en een vogelfeestje in de dierenwinkel. Bij elk verhaal heeft Rindert zowel positieve als negatieve opmerkingen; niemand wordt de grond in geboord, niemand de hemel in geprezen. In grote lijnen komt het commentaar erop neer dat emotie in een verhaal belangrijk is, dat het goed is serieuzere onderwerpen met humor te benaderen en dat er niemand in het verhaal mag voorkomen die geen functie heeft. Je schrijft voor een bepaalde leeftijdscategorie maar van een echte doelgroep is geen sprake. “Je bent schatplichtig aan je verhaal; niet aan je doelgroep. Ga niet denken: zouden ze het wel snappen, want ‘ze’ bestaan niet. Je schrijft over één of twee kinderen van bijvoorbeeld 5 jaar en het ene kind zal zich erin herkennen en het andere niet.”

Geloof ik erin?
Voor kinderen van 10 jaar en ouder zijn er maar drie verhalen. Peter schreef deel 1 van een feuilleton en de discussie gaat vooral over de vraag of we na dat eerste deel wel nieuwsgierig genoeg zijn geworden naar deel 2. Dat zijn tekst ‘lekker geschreven’ is, daar is iedereen het over eens. Rindert is nu helemaal op dreef en gaat steeds meer in op details van taalgebruik en woordkeuze. De pratende hond van Ilse vindt hij ‘flauw’, terwijl het verhaal volgens hem juist zo steengoed begon met een kinderboekenschrijver die geen verhaal meer kon bedenken. “De eerste vraag bij een verhaal, ook al is het een boek voor kinderen van 4, is voor mij altijd: geloof ik erin?” zegt hij. Hoewel er veel fantasie nodig is om in het verhaal van Dini te geloven, waarin de opstand in een bestekbak grote gevolgen heeft, is hij hierover juist bij haar heel positief. Nauwgezet wordt het plot beschouwd waarin al het bestek een land in het verre oosten uitmarcheert en de bewoners beteuterd achterlaat, die ‘dan maar’ met stokjes gaat eten. Wat zou er beter uit kunnen, wat is juist leuk en wat kan anders? Het commentaar werkt vooral stimulerend; bij de wijn na afloop zal blijken dat het voor Dini inmiddels vaststaat dat ze het verhaal gaat herschrijven en tekstnet_is_top_260vervolgens zal proberen te slijten.

Net als een acteur
Voorafgaand aan de borrel is er nog gelegenheid voor vragen. Rindert geeft ons wijze raad mee, die voor niemand van ons verrassend zal zijn: sta open voor alle kritiek op je teksten want daar zul je alleen maar beter van worden. Het is volgens hem ‘lang niet slecht’ wat we gepresteerd hebben zo’n eerste keer. Willen we ermee verder, dan moeten we dat alleen doen als we er écht lol in hebben en als we met ons hart schrijven. Andrea vraagt hoe je het voor elkaar kunt krijgen het perspectief van de volwassene los te laten. Hoe denk je als een kleuter, hoe verplaats je je in een kind? “Net zoals een acteur dat doet”, is het antwoord. Zijn er onderwerpen waarover je beter niet, of juist wel kunt schrijven, wil iemand weten. “Het is wel belangrijk dat je zware thema’s meer zijdelings aan bod laat komen. Ga geen boek over echtscheiding schrijven, maar schrijf een boek over een jongetje wiens ouders toevallig net gescheiden zijn. Maar er is niets waarover je niet kunt schrijven; over elk onderwerp is wel een kinderboek geschreven.” Dini vraagt zich lachend af of er al een kleuterboek is over de financiële crisis.

En dan is er wijn. En zijn er hapjes. En staan we nog even in de hal van het gebouw na te praten voordat we de gure kou weer ingaan. De één in de stellige overtuiging dat ze zich nooit aan het kinderboek zal wagen, de ander ongetwijfeld al met een beginnetje van een kleuterplot in het hoofd. Maar niemand met een (verse) depressie.