Speech voor Jan Renkema, erelid van Tekstnet

|
Bessensap
Op 4 juni 2012 ontmoeten journalisten, redacteuren en onderzoekers elkaar op het evenement Bessensap. lees meer >> |
|
Tekstnetwerken 2012
Netwerken, kennis delen en inspiratie opdoen: dat is Tekstnetwerken 2012. Ruim 150 deelnemers komen op 31 mei naar Driebergen. lees meer >> |
|
Tekstnet verbreedt lidmaatschap
Ook niet-schrijvende tekstprofessionals kunnen zich voortaan aansluiten bij Tekstnet. Zij zijn welkom als buitenlid. lees meer >> |
| 21-05-2012 | Copyright tekstnet 2009 - 2012 |
Speech voor Jan Renkema, erelid van Tekstnet
Op de Algemene Ledenvergadering van 10 december 2009 is prof. Jan Renkema benoemd tot erelid van Tekstnet, beroepsvereniging van tekstschrijvers. Hieronder leest u de speech die voorzitter Martin van den Akker bij die gelegenheid heeft gehouden.
Dames en heren,
Aan het slot van deze, ik mag wel zeggen bijzondere ALV heb ik nog een extraatje. Een bijzonder extraatje. Eentje waar we het al heel lang over hebben. En waar we het ook al heel lang heel erg over eens zijn. Maar nu het zover is sta ik toch eigenlijk namens de vereniging een beetje verlegen te wezen. En dat kan ik het best uitleggen aan de hand van een anekdote uit mijn jeugd.
Mijn vader was een lange man. Een gelouterde onderwijzer, een man met natuurlijk gezag. Echt een hele goeie. En ik kan het weten want ik heb twee jaar bij hem in de klas gezeten. Een van zijn collega’s was zo ongeveer zijn tegendeel. Een niet zo slimme man met een onooglijk uiterlijk en een wat boers accent. Hij had het niet gemakkelijk op die school, met een overmaat aan Amersfoortse bergkakkers. Maar hij was ontzettend trots dat hij mee mocht doen als onderwijzer onder de onderwijzers.
En een van zijn gewoontes was, om in de ochtend bij de begroeting naast mijn vader te gaan staan, hem heel ver in de hoogte op de schouder te kloppen en te zeggen: “Zo, klega, we gaan d’r weer lekker tegenaan, hè?” Muis en olifant, samen stampen. Mijn moeder zei soms: klega en zijn vrouw komen vanavond op de koffie. Houden jullie je een beetje in?
Ik moet zeggen dat ik me een beetje voel zoals deze arme man als ik nu mag aankondigen dat het bestuur van Tekstnet heeft besloten om aan prof. dr. Jan Renkema het erelidmaatschap van onze vereniging aan te bieden.
Jan Renkema, die het als geen ander heeft aangedurfd – en daar ook in is geslaagd – om het onderwerp tekstkwaliteit in de meest letterlijke zin bespreekbaar te maken. Niets is immers zo moeilijk als tussen twee mensen duidelijk te maken waarom een tekst deugt of niet. Je kunt het er gloeiend over eens zijn dat een tekst beroerd is. Niet goed. Maar je kunt tegelijkertijd hemelsbreed van mening verschillen over waarom dat zo is. Daarvoor is een taal nodig, een begrippenset en een methodiek. Jan Renkema heeft ons die taal gegeven. Zijn CCC-model maakte het voor het eerst mogelijk om met gelijke uitgangspunten en via gelijke lijnen zinvol te discussieren over de kwaliteit van teksten.
Jan Renkema, die generaties ambtenaren en politici heeft duidelijk gemaakt dat tekst er niet is om geschreven te worden maar om gelezen en verstaan te worden. Dat is verschrikkelijk moeilijk, zo blijkt steeds weer. Maar hij heeft ze in ieder geval een baken gegeven om op te koersen, een vuurtoren, een Schrijfwijzer. Ik heb dat altijd een ontzettend lieve naam gevonden, Schrijfwijzer. Eentje die de weg wijst. Niet voorschrijft, maar wijst. Alleen domme mensen dwingen. Wijze mensen wijzen.
Jan Renkema, die het eigenlijk wel leuk vond dat wij bij hem kwamen met het verhaal dat we toch wel erg tegen de grenzen van zijn model aanliepen bij de beoordeling van onze aspirantleden. Die drie C’s waren prima, maar er miste wat. Jan Renkema bouwde een dak op dat huis met drie nieuwe C’s: Communicatiekracht, Concept en Creativiteit. En zo kunnen we tekstkwaliteit beter dan ooit vatten in taal, en in beelden die we delen.
Die Renkema, die onder vakgenoten de status heeft van icoon, van referentie (“wat zegt Renkema daarover?”), die willen wij erelid maken van Tekstnet. Wat denken wij wel?
Wel, wij denken dat we in ieder geval in dezelfde trein zitten als Renkema. En misschien wel in dezelfde coupé. We denken over dezelfde dingen en we praten over dezelfde dingen. Over tekstkwaliteit. Sinds de oprichting van Tekstnet, volgend jaar twintig jaar geleden, is het daarover gegaan. Wij kunnen ons als tekstschrijver immers alleen maar onderscheiden door kwaliteit te leveren. En we kunnen daar wel heel luchtig over zeggen: sja, je hebt het of je hebt het niet, maar daar komen we niet mee weg.
Niet als we anderen de maat willen nemen, zoals we met onze aspirantleden doen. En ook niet als we anderen willen leren hoe ze betere tekstschrijvers worden. En al helemaal niet als we van onszelf willen vaststellen waar we wat betreft de kwaliteit van onze teksten staan en welke stappen we nog moeten zetten om beter te worden.
Tekstkwaliteit is de verbindende factor. Ik ben ontzettend trots op onze beoordelaars, op alle tijd die zij stoppen in hun werk. En op het vakmanschap dat ze daarbij laten zien. Ik ben trots op onze vereniging, dat het niet gaat om een los verband van mensen die toevallig een bord in hun tuin hebben gezet met Tekstschrijver erop. Maar om een echte vereniging van 270 leden die zichzelf en elkaar wijzer willen maken. Die elkaar willen helpen hun kwaliteiten nog verder te verbeteren. En die niet terloops over kwaliteit praten alsof je dat per kilo uit het Euroshoppervak haalt, maar die bereid zijn om daar echt wat voor te doen.
Mijn vaste tantram over Tekstnet is tegenover buitenstaanders: Je kunt best een goeie tekstschrijver zijn zonder lid te zijn van Tekstnet, maar om lid te wezen moet je in ieder geval een goeie tekstschrijver zijn. Dat kunnen we alleen maar waarmaken door te blijven hameren op kwaliteit. En dan ook nog te weten hoe je die herkent en kunt herhalen.
Zo, nou ben ik weer over mijn verlegenheid heen. En kan ik zeggen: Jan Renkema, het Bestuur van Tekstnet zou het een grote eer vinden wanneer je het erelidmaatschap van Tekstnet zou willen accepteren.
Ik weet niet of het nodig is om je over de streep te trekken door te zeggen dat je als erelid alle rechten hebt van een gewoon lid, dat je geen teksten ter beoordeling hoeft in te sturen, dat je geen lidmaatschapsgeld betaalt en dat je toch volledig stemrecht hebt.
Dames en heren, zeg ik snel, wie zwijgt, stemt toe. Mag ik een hartelijk applaus ter verwelkoming?
Martin van den Akker